Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaak wateren, ook 's nachts. Den laatsten tijd watert zij weinig en is de urine donker van kleur geworden.

Patiente is compos mentis. De voedingstoestand is slecht. Patiente is anaemisch. Geen gezichtsoedeem. Bij binnenkomst bestaat emphysema pulmonum met diffuse bronchitis. Het hart is vergroot naar links. Er is een klappende 2de aortatoon. De pols is zeer gespannen. De bloeddruk bedraagt 200 m.M. kwik. In het abdomen zijn geen afwijkingen. Patiente heeft oedeem van beide beenen. De fundus oculi is normaal.

Urine: Albumen positief. Esbach 1.9°/00. Het sediment bevat veel roode en witte bloedlichaampjes en korrelcylinders. Quantum 1000 c.c. S.G. 1014. Het ureumgehalte bedraagt °-79%0. het indicangehalte is 0.53 mgr/L. Door bedrust verdwijnen de klachten over benauwdheid en het hoesten. De algemeene toestand gaat vooruit. Patiente blijft over hoofdpijn klagen, die goed op aspirine reageert. De oedemen verdwijnen niet. Ook cardiotonica en diuretica hebben geen invloed. Daarom wordt zoutloos dieet toegepast. Nu verdwijnen de oedemen snel. Het lichaamsgewicht daalt van 56.S K.G. op 49 K.G. Bij functioneel nieronderzoek blijkt een slecht concentratie-vermogen van de nieren te bestaan, vooral t.o.v. keukenzout (S.G. stijgt tot 1018). Wij vinden dus bij deze patiente een secundaire schrompelnier, die geleid heeft tot sterke bloeddrukverhooging met harthypertrophie. Er bestaat een lichte ureumretentie, de indicanaemie is daarentegen niet verhoogd. Op den voorgrond treden de verschijnselen aan het hart en het vaatstelsel en vooral de oedemen, die goed op zoutloos dieet reageeren. Ik meen dat de prognose, evenals in geval 12, dan ook meer van deze twee laatste factoren afhankelijk gesteld moet worden dan van de neiging tot een toxische uraemie.

29 J. C. J., 52 jaar, los werkman.

Ongeveer acht weken geleden heeft patiënt een scabieskuur doorgemaakt. Na afloop hiervan bestond nog roodheid van de romphuid, die erger is geworden. Patiënt kreeg dikke

Sluiten