Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Koningrijk der Nederlanden op den 31sten December 1859, vinden wij ook voor de stad Utrecht de bevolking, volgens ieder levensjaar aangeduid, opgenomen.

Yolgens dit werk geven wij door Fig. 3 aan: hoevele, voor ieder jaar, zich bevonden op 1596 inwoners, zijnde dit getal, genomen als nagenoeg dezelfde maatstaf, die voor lijn 1 en 2 was verkregen, een zeven en dertigste gedeelte van de bevolking in Utrecht op 1 Januarij 1867.

Ten einde deze lijn van bevolking eenigzins te toetsen aan de bevolking op 1 Junij 1866, hebben wij dit met naauwkeurigheid alleen kunnen doen voor den leeftijd van 0—5 jaar.

Ik wist uit de verslagen der gemeente, hoevele kinderen in de laatste jaren geboren zijn en hoevele van dezen overleden, terwijl ik de cijfers aangevende de geboorte en sterfte gedurende de 6 eerste maanden van 1866 tot op 1 Julij van wege het stadhuis erlangen mogt.

Zoo vond ik dat van 1 Julij 1860 — 1 Julij 1861 geboren waren 1863 kinderen; — van deze kinderen stierven nog in dat zelfde jaar 461; in het volgende jaar van 1 Julij 1861 — 1 Julij 1862 stierven er van, oud 1 jaar, 128, enz. ... zoodat op 1 Julij 1866, toen de kinderen, geboren in 1860—61, allen 5 jaar waren, het getal 1863 verminderd was tot op 1110.

Het is overbodig de uitgebreide berekeningen verder mede te deelen, en genoeg, dat ik op deze wijze vinden mogt, dat op 1 Julij 1866 moesten zijn:

Kinderen oud 0 jaar 1668.

» » 1 » 1341.

„ 2 „ 1357.

„ 3 „ 1228.

,, „ 4 „1115.

„ „ 5 „1110.

Sluiten