Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zocht, terwijl van het 30"" tot het 50"' de sterfte gelijk, van het 50sta tot het 75ste jaar veel grooter, en na dezen leeftijd verder wederom gelijk was aan de bevolking.

Alvorens echter aan onze uitkomsten de grootste waarde te hechten, meenen wij eene toetsing niet overbodig. Terwijl wij immers zien dat de leeftijd beneden het jaar eene zoo buitengewone afwijking maakt met de gewone sterfte, zoo komt de vraag op: Zijn er ook soms tijdens de Cholera vele kinderen van dien leeftijd daaraan gestorven, zonder als zoodanig erkend te zijn? Tevens willen wij de Cholera-sterfte cijfers van 1848—49 hiernaast plaatsen, insgelijks aan de gewone sterfte ,, tijdens dat jaar getoest; opdat ook hierin eenige overeenkomst met de epidemie van 1866 moge blijken.

Daartoe hebben wij alles op eene andere schaal moeten brengen en wel volgens 5 en lOtal jaren. 10 omdat eene als voor plaat 1 aangenomene verdeeling overbodig is, en 2° omdat haerten ze ook aldus opgegeven heeft voor 1848—49.

Wij hebben het lste levensjaar afzonderlijk gelaten, daarna de 5 eerste (van 1 tot en met 5) en de 5 volgende jaren (van 6 tot en met 10) bijeengevoegd, om eindelijk per decennium voort te gaan.

De cijfers behoorende bij deze, drukken de geheele sterfte voor die groep van jaren uit.

PLAAT II. !Fig. I, Y en YI geven wederom aan de Cholerasterfte 1866, de gewone sterfte en de bevolking; reeds op plaat I, als fig. I, II en III meer uitgebreid, vermeld.

Fig. II. Representeert de Cholera-sterfte 1848—49 (1). Uit het Cholera-register dier jaren, heb ik opgezocht hoevele kinderen beneden het jaar gestorven waren, welk getal (30) in vermindering moest strekken van het getal voor 1—6 jaar door haerten opgegeven, waaronder deze begrepen waren.

(1) HAEBTEN, pag. 48.

Sluiten