Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoewel niet juist tot deze afdeeling behoorende, meende ik voor Let volgende geene betere plaats geschikt te vinden.

Yaak vernemende dat de Cholera onder de Israëlitisch-gezinde gemeente minder offers eischt dan onder die eene andere, zoo meende ik dat de statistiek alleen in staat was hier eenige inlichtingen aangaande te geven, en kwam het mij daarom aangewezen voor op te sporen, welke verhouding hier voor bestaat.

Volgens het Cholera-register, waarop ook de godsdienst vermeld wordt, mogt ik vinden dat van de 1614 overledenen, 14 tot de Israelietische gemeente behoorden, dus 8.6 per 1000.

Zoo ook mogt ik uit de Begisters van vorige jaren opsporen, dat onder de 2915, van af 1832—1866 aan Cholera-overledenen, 22 Israeliten of 7.5 per 1000 behoorden.

In het gemeente-verslag der stad Utrecht 1865 (1) vind ik vermeld, dat van de 58995 tot de verschillende gezindheden behoorende inwoners der gemeente op 1 Jan. 1866, 752 behooren tot de Israëlitische, en aldus 12.7 per duizend.

Nemen wij in aanmerking dat te dezer stede de Israeliten wonen in die gedeelten der stad, waar de ziekte sterk geheerscht heeft dan komen wij tot het besluit, dat de ziekte onder de Israeliten niet zoo sterk heerscht, als onder personen van eenig ander geloof.

(1) Pag. 19 tafel F.

Sluiten