Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door inzage van de Cholera-registers over die voorgaande jaren, vond ik voor ieder jaar: hoevele personen in ,iedere maand werden aangetast, welke overleden zijn, zoodat ik hierbij dus wederom niet uitga van de aangetasten, waaronder ook herstelden, noch ook van den tijd van overlijden.

1832 1833 1848 1849 1853 1854 1855 1859 1866

Febr. _____ 31 _ _ _ _ _

Maart — — — 83 — -—* — — —

April _____ 10 ■— -— —■ — 1

Mei _ _ _ 5 ______ 21

Junij — — — 20'— — — -— 873

Julij — 22 — 593 — — — — 588

Aug. 50 133 — 652 — — 13 — 75

Sept, 139 44 — 62 3 35 8 35 41

O et. 102 4 4 2 37 280 47 232 15

Nov. 6 — 55 _ 18 30 8 16 —

Dec. — — 158 — — —■ — — —

Totaai 297 193 207 1456 58 345 76 283 1614

Uit dit algemeene overzicht zien wij, dat de Cholera te dezer stede 9 maal als epidemie zich voordeed, hetzij gedurende 2 of 3 jaar achter een volgende, hetzij met tusschenruimte van eenige jaren. Slechts eenmaal (1848—1849) bleef zij een winter hier vertoeven, terwijl zij in Mei 1849 gedurende 12 dagen ophield te bestaan.

Overigens kwam zij in de winter- en lentemaanden niet voor, heerschte 2maal in den zomer zeer hevig, en deed zich tijdens de kleinere epidemiën alleen in de herfstmaanden voor.

Dat de jaargetijden een onmiskenbaren invloed schijnen te hebben, 'door griesinger uitgesproken op grond van uitgebreide statistieken, is dus ook voor Utrecht niet te betwijfelen, doch welke deze is

Sluiten