Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, bevattende iedere woning een afzonderlijk privaat en pomp, uit welke verschillende het water zeer goed is.

Van af de bovenbeschrevene rij huizen tot aan den Vaartsclien Rijn, treft men zeer uit elkander gelegene groepen huizen aan, welke in het algemeen sterk bevolkt zijn; b. v.: 8 steenfabrieken met het daarbij behoorend groote personeel onder welk slechts eene enkele maal een geval zich voordeed: terwijl tijdens de epidemie 130 man, zoogenaamd poldervolk, in deze streek huisvestte, waaronder slechts 1 doodelijk geval voorkwam.

3de Gedeelte. Het zuidelijkste deel van wijk L vormt eene afzonderlijke buurt, gelegen langs den Vaartschen Eijn.

Terwijl slechts nu en dan een enkel geval in dit deel zich voordeed, woedde de ziekte echter, gedurende eenige dagen in eene groep huisjes, vrij hevig.

Van af den straatweg langs den Vaartschen Eijn loopt een steegje, met de omliggende huizen het „blaauwe hele" genaamd.

Dit steegje van eene goede wijdte, bevat in zijn midden 3 zinkputten en wordt door 13 huisjes begrensd; terwijl aan het einde daarvan zich eene opene plaats bevindt, gebezigd tot algemeene mestvaalt. De 2 gemeenschappelijke privaten voor al de bewoners en de algemeene pomp, bevattende uitmuntend water en gelegen op 2 el afstand der privaten, bevinden zich eveneens aan het einde Ier steeg.

Onder de bewoners dezer huisjes, 52 in getal, deden zich van af den 17den tot den 26sten Julij 11 gevallen voor, van welken 10 met doodelijken afloop. Slechts uit 5 huisgezinnen werden deze offers geëischt; terwijl 8, behalve ligte aandoeningen, bevrijd bleven. Voor en na dien tijd kwamen er geene gevallen voor, terwijl destijds in de onmiddelijke nabijheid, niet sterker dan voor deze dagen, de ziekte heerschte.

Sluiten