Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

melde tuintjes bevinden, bestond vroeger eene sloot (liet vervolgstuk van A4.)

Met de bouwing der huisjes is deze sloot gedempt en wel het gedeelte (behoorende bij 5—16) met afval üit de vitriool-fabriek van de heeren smits en de wolff; het overige later gedempte deel met steenspecie.

Bij N°. 13 en 14 bevindt zich de gemeenschappelijke pomp B, waaruit het water door reuk en smaak ongeschikt tot gebruik moest genaamd worden. Tijdens de cholera-epidemie heeft men deze pomp dan ook gesloten.

Aan den overkant van den weg vinden wij een slootje A1; terwijl wij in den omtrek het zwartewater aantreffen.

Van deze drie gelegenheden ter verkrijging van water kunnen en moeten de bewoners van dit blok huizen gebruik maken.

Hoofdzakelijk wordt het slootje gebruikt om daarin goed te reinigen en tot verder huiselijk gebruik, alsmede door enkelen voor drinkwater. Wij troffen bewoners van deze huisjes aan, die steeds het water uit de pomp, andere steeds uit het zwartewater gedronken hadden zonder eenig bezwaar; terwijl die, waaronder de ziekte zoo hevig heerschte, zich hoofdzakelijk van slootwater bedienden.

Huisje N°. 22 heeft alleen slootje A5 ten zijnen dienste.

In de huisjes van 5—22 nu kwamen voor: 16 aangetasten, waarvan 13 doodelijk, en wel op de volgende dagen:

2 Mei in N°. 36122 welke overleden (1.)

6 e u ii 36114 ii H

6 n ii u 36114 ii «

7 „ , , 36114 „ ' 7 „ „„ 36114 „

6 ,

6 7

(1) Zie geval 2, Hoofdstuk I a,

Sluiten