Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dood te spoedig volgt, om nog vervoerd te kunnen worden, is, dunkt mij ongegrond, indien wij hierboven de cijfers zien, die de zwaarste vormen aangeven; terwijl de 24, als ligte buikaandoeningen vermelde gevallen, buiten rekening blijven en dus niet op de gunstige verhouding invloed hebben.

In het algemeen trof het mij, bij het doen van nasporingen omtrent voorafgegane diarrhoëen, hoe eene reeds gedurende eenen dag bestaan hebbende buikaandoening door de omstanders was opgemerkt, terwijl zulks door den lijder ontkend werd. Zoo lang men niet genoodzaakt was zich te bed te moeten begeven, scheen men zulks dan ook niet te tellen. De slechtste afloop vertoonde zich dan ook onder dusdanige lijders, terwijl zij, die reeds vroegtijdig bij het geringste gevoel hulp verlangden, en zich dan onmiddelijk aan verwarming blootstelden, (ik spreek hier alleen van .gevallen met het uitgedrukste verdere verloop van Cholera: ophouden der urine-secretie, afwezigheid van pols, etc.) de meeste kans op behoud hadden.

Terwijl de kans op herstelling volgens den leeftijd dezelfde was als reeds in vorige epidemiën, zoowel in- als buiten het hospitaal, zoo mogt echter thans eene zeer gunstige verhouding worden opgemerkt voor den leeftijd beneden de tien jaar, als zijnde die voor de herstelling 47 °/0.

Stellen wij hiernaast de verhouding der herstelling voor dien leeftijd in de geheele epidemie, dan voldoen wij voorzeker aan den wensch van den verslaggever.

Terwijl in het geheel werden aangetast: 645 kinderen beneden de 10 jaar, stierven hiervan 485, waardoor het getal der herstelden slechts als 25 °/0 wordt afgeleid.

Moge wij dus de gunstige verhouding, die hierdoor sterk sprekend is, aan de wijze van behandeling toeschrijven? In het hospitaal werd bij kinderen bij het intreden der reactie, zoodra de eerste

Sluiten