Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING

Het lijkt dwaas en nauwelijks de moeite waard, naar aanleiding van een enkel geval, dat slechts weinige dagen bestudeerd kon worden, een proefschrift te schrijven, ja, ongerijmd en onverdedigbaar, dat men naar aanleiding van dat enkele geval algemeene conclusies zou willen samenvatten. Verder is het ongetwijfeld zeer de vraag, of het zin heeft, de uitgebreide literatuur der menschelijke misvormingen met nog een geval te „verrijken", een verrijking, waarvan de waarde a priori reeds zeer problematisch te achten is.

Toch zijn verscheidene min of meer zwaar wegende motieven te noemen ter verdediging van een studie als deze.

In de eerste plaats zijn waarnemingen van levende, zwaardere menschelijke misvormingen betrekkelijk zeldzaam, ja, observaties, die langer dan één enkelen dag duurden (in mijn geval 8 dagen), zéér zeldzaam.

In de tweede plaats kan men, ondanks het ongetwijfeld groote aantal beschrijvingen, zeggen, dat elke goede en nauwkeurige waarneming een bepaalde waarde heeft. Ook wachten nog steeds tal van vraagstukken op het gebied van de anatomie der misvormingen een antwoord. Men kan nog allerminst beweren, dat de anatomie der hemicephalen een van A tot Z opgelost vraagstuk is, integendeel, de duistere punten zijn op dit gebied talrijker, dan de heldere, duidelijke lichtpunten.

Zwaarder echter dan het boven genoemde weegt voor mij het volgende.

Het is slechts zeer ten deele waar, dat een bepaald terrein van wetenschappelijk werk op een bepaald oogenblik uitgeput zou kunnen zijn. Dit is zeker niet waar, wanneer men zich voorstelt dat een dergelijk terrein daarmee voor goed klaar en afgewerkt zou zijn. Het is mogelijk dat in een zekere periode een bepaalde tak van wetenschap ter zijde van de belangstelling blijft; het is echter vrijwel even zeker dat die tak na korteren of langeren tijd weer ter studie opgevat zal worden en in een nieuwen tijd, met de nieuwe methoden van onderzoek en van de nieuwere inzichten uit bewerkt zal worden.

Brinkgreve schreef en sprak dezer dagen: „Wij hebben te beseffen, dat het oude beeld van de geleerden, die bouwsteenen aansleepten voor het gebouw der wetenschap, niet meer toepasselijk is, ja, nooit toepasselijk is geweest. Als er ooit met die bouwsteenen gebouwd was, de verwarring zou erger geworden zijn, dan bij den torenbouw van Babel."

Iedere tijd en iedere onderzoeker persoonlijk moet zich op zijn beurt ten opzichte van zijn materie bepalen, ja, in deze zelfbepaling ligt de geheele waarde van wetenschappelijk werk. Het is duidelijk dat het er daarbij niet veel toe doet, of men één enkel geval, dan wel een geheele tak van wetenschap als materie neemt. De mogelijkheid althans bestaat in beide gevallen, dat iets van waarde geleverd wordt.

Daarbij komt nu, dat men bij de klinisch en anatomische studie van een hemicephalus voortdurend met problemen te maken heeft, die behooren tot de algemeene bewegingsphysiologie, tot de normale anatomie, tot de experimenteele embryologie, ja, men dreigt ieder oogenblik te verzinken in een overmatig groot aantal vragen der grensgebieden, die feitelijk niet te overzien zijn. Ook in andere opzichten schuilt het gevaar niet zoozeer in

Sluiten