Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Proximaalwaarts verliest het verlengde merg zich in een aantal blazen; deze zijn zeer duidelijk in een linker en een rechter groep te onderscheiden (te vergelijken met hemisfeeren-blazen).

Geheel proximaal bevinden zich twee afgekapselde weefselophoopingen, die hard van samenstelling zijn.

Door tallooze vergroeiingen en ontstekingsweefsel is het zeer moeilijk de verschillende uit- en intredende zenuwen te herkennen. Met eenige zekerheid is een nervus trigeminus, nervus abducens, hypoglossus, octavus, vagus, glossopharyngeus en accessorius te identificeeren.

In de omgeving van den z.g. 4den ventrikel bevinden zich vrij groote vlokken plexus chorioideus.

§ 3. De afwijkingen der oogen.

Na het verwijderen van de beenspang, die de orbita links en rechts overbrugde, was het mogelijk de oogen macroscopisch te onderzoeken. De afwijkingen, die daarbij werden gevonden, waren tweeërlei.

Alle uitwendige oogspieren ontbraken, behalve de beide musculi recti externi. (Zie afbeelding 8.) De nervus opticus was beiderzijds zeer dun en eindigde in de bindweefselmassa, die de schedelbasis bedekte. Geen chiasma opticum, geen tractus opticus. De hypophysis cerebri was niet te vinden.

Het microscopische onderzoek leverde belangrijke aanvullingen van het macroscopische.

Doorsneden van een ooglid brachten geen afwijkingen aan het licht: de musculus orbicularis oculi (incl. musculus Riolani) was normaal, evenals de verschillende kliertjes, die men bij de ooglidrand pleegt te vinden. In de oogbol werden enkele afwijkingen gevonden. Normaal was de lens en de iris met haar verschillende onderdeelen. De retina was zeer dun. In de pigmentlaag zag ik geen afwijkingen, evenmin in de laag van staafjes en kegeltjes, membrana limitans externa, buitenste korrellaag, laag van H e n 1 e en buitenste reticulaire laag. De binnenste korrellaag is niet bijzonder celrijk. De binnenste reticulaire laag lijkt vezelarm. De ganglieëncellenlaag is sterk veranderd: normale zenuwcellen zijn in deze laag niet te vinden; in de plaats daarvan vindt men enkele onregelmatig verspreide kernen. Hetzelfde geldt voor de zenuwvezellaag: deze ontbreekt geheel en is vervangen door een weefsellaag met veel capillairen en verwijde lympheruimten. De papilla nervi optici is afwezig. De nervus opticus bestaat uit een celrijke, vezelarme massa. Sklera en vaatvlies vertoonen geen afwijkingen.

Bij het microscopische onderzoek van de proximale blaasjes, die op de plaats der hersen-hemisferen gevonden werden, kwam een gedeelte van den hypophysis cerebri te voorschijn, n.1. een groot stuk van het voorste gedeelte; dit was normaal ontwikkeld. Van een neurohypophysis of een tusschenkwab kon ik niets vinden. Er bestond een vaste vergroeiing met de cysteuze vaatrijke massa, die de schedelholte vulde.

Ten slotte werd microscopisch onderzoek verricht van enkele oogenschijnlijk bindweefselachtige strengetjes, die zich bevonden op de plaats waar een musculus rectus inferior en een musculus rectus internus hadden moeten loopen. Van een aanhechting of iets dergelijks was niets te vinden. Microscopisch werd binnen een vaatrijke en bindweefselrijke kapsel een klein aantal spiervezels gevonden: hun aantal was zeer klein (zeker niet meer dan ongeveer 25). In deze spiervezeltjes was de dwarsstreeping goed te zien. Enkele waren gedegenereerd.

Na deze verrassing moet ik natuurlijk in het midden laten of ook op de plaats der

Sluiten