Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vergeleken bij mijn contröle-praeparaten zijn de merghoudende vezels dezer zenuwen bijzonder krachtig en forsch ontwikkeld.

In de dorsale gedeelten van het verlengde merg vindt men tenslotte beiderzijds een nucleus rotundus nervi vagi en een nucleus sensibilis nervi vagi.

De belangrijkste afwijking in deze kernstelsels bestaat dus in het ontbreken van secundaire stelsels, die via den nucleus ventralis tractus solitarii den lemniscus medialis opzoeken.

Daarnaast reken ik de commissura infima ook tot deze kerngebieden.

Zooals op fig 17 te zien is loopen krachtige bundels van beide tractus solitarii uit, doch voornamelijk uit den rechter, naar de mediaan-lijn, zij wijken iets dorsaal af, loopen door tot dorsolateraal van de contralaterale streng van Burdach en buigen dan ventrolateraal om dezen bundel heen.

Zij eindigen voorzoover te beoordeelen is, lateraal van den spinalen trigeminusbaan en zijn van dezen niet meer te onderscheiden.

Tenslotte gaat een aantal vezels regelrecht van den tractus solitarius naar den homolateralen streng van Burdach (dat is geen afwijking), doch ook naar den contralateralen streng van Burdach.

Een directe verbinding der beide tractus solitarii kon ik niet met zekerheid vaststellen. Het is echter waarschijnlijk, dat een dergelijke verbinding ook nog bestaan heeft.

VI. Nervus facialis. (Zie afbeelding 18.)

De kernen met groote motorische cellen zijn links en rechts volkomen normaal tot ontwikkeling gekomen.

Er bestaat een duidelijke knie en een goed ontwikkelde wortel doorboort de vezels van het corpus trapezoïdes lateraal van oliva superior en mediaal van de spinale trigeminus-vezels.

De kernen van den nervus VII zijn ten opzichte van de olivae superiores iets dorsolateraal verplaatst.

VII. Nervus octavus. (Zie afbeelding 18.)

De binnentredende vezels kunnen duidelijk onderscheiden worden in een laterale en een mediale wortelbundel.

De laterale wortel vindt een vrijwel normalen nucleus ventralis en dorsalis, waarin men de verschillende typen gangliën-cellen k?n zien.

Er bestaan een aantal vezels die zeer duidelijk te herkennen zijn, als stria acustica M o n a k o w.

Deze kernen en vezels buigen zich over de opengelaten plaats van het centrum ovale van het corpus restiforme heen, waarmee slechts een smalle strook met weinig merghoudende vezels gelijk gesteld kan worden.

De stria acustica ontvangt vezels van den radix medialis en gaat tenslotte over in beide dorsale octavo-mesencephale secundaire reflexbanen.

Ook van den nervus medialis (vestibularis) uit gaan vezels naar den nervus cochlearis en omgekeerd.

Uit den nucleus ventralis en het tuberculum acusticum gaan goed ontwikkelde bundels naar het corpus trapezoïdes, dat in het geheele octavus-gebied de ventrale gedeelten der medulla oblongata domineert.

Het corpus trapezoïdes wordt door mediale en laterale kernen onderbroken, verbindt

Sluiten