Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

celophoopingen: „Nun sieht man bald Schnitte, welche nur ein Kanallumen erkennen lassen, bald auch solche, wo sich eine der faltenartige Ausbuchtungen des Kanallumens gleichsam von dem Hauptkanale abgeschnürt hat und von diesem theils durch eine mehrschichtige Kernreihe, theils dadurch getrennt ist, dass nun beide lumina eine vollstandige Epithelialauskleidung tragen und weiter auseinander gerückt sind. Zwischen beiden Oeffnungen liegt eine kernreiche Brücke von Bindesubstanz."

Op sommige plaatsen vond hij zelfs drie open kanalen en daarnaast verscheidene niet open ophoopingen van cellen.

W. B. Kesteven vond volgens referaat van Knecht „divertikelartige Ausbuchtungen" van het centrale kanaal (1872).

Piek schreef in 1876 en 1878 over hetzelfde onderwerp. Zijn eerste vondst betrof een geval van progressieve spierathrophie, waarbij zich in het cervicale. en lumbale merg een verdubbeling van het ruggemerg bevond. Hij houdt het voor „eineri schon embryonal angelegten doppelten Zentralcanal in den an Stelle des Zentralcanals vorhanden Zellenhaufungen (l.c. bid. 696). Zijn volgende publicatie handelt over „die Entstehung eines mehrfachen Zentralcanals". Hij beschouwt het nu als een feit dat „der doppelte Zentralcanal durch Abschnürung eines Divertikels des ursprünglich einfachen Zentralcanals entsteht."

Dit zou door „Rundzellenwucherung" hetzij embryonaal, hetzij postembryonaal ontstaan: waarschijnlijk embryonaal, daar de onderzoeker ook een woekering van epitheeïcellen vindt.

Tal van eigenaardigheden in het verloop van den vorm van het centrale kanaal vindt men in de literatuur over de syringomyelie. Samenvattingen hierover zijn te vinden bij Hanel, Knoblauch, Schlesinger.

Virchow en Leyden beschouwden de syringomyelie oorspronkelijk als een gevolg van een hydromyelie. Reeds spoedig bleek dat daarmee de verklaring voor de syringomyelie niet gevonden was. Immers Simon en Schulze vonden dat de hydromyelie en de syringomyelie streng van elkander gescheiden moesten worden: de laatste zou ontstaan door een centrale gliose, die soms gepaard gaat met anomalieën van het centrale kanaal zooals hydromyelie. Daarnaast namen andere schrijvers als oorzaak aan een centrale periependymaire sklerose, myelite cavitaire (H a 11 o p e a u. Joffroy en Achard), weer anderen stuwing en oedeem (Langhans, Kronthal). Zonder mij te wagen op het gebied van de pathogenese der syringomyelie, is het toch noodig voor mijn onderwerp (zoowel voor de eigenaardigheden van het centrale kanaal als voor het inzicht in het wezen der anencephalie, die onderzoekingen en opvattingen, die betrekking hebben op afwijkingen van het centrale kanaal en de eigenaardigheden van het daarboven gelegen gedeelte: de verklevingslijn en de dakplaat, te vervolgen en te refereeren.

Hoffmann (1893) (l.c. bladz. 82).

„Die Grundlage und der Ausgangspunkt des Krankheitsprocesses bilden in Mehrzahl der Falie congenitale Entwicklungsanomalien, welche sich in dem Zurückbleiben von Nestern embryonalen Keimgewebes hinter dem Normalen Zentralcanal in der Schliessungslinie desselben aussern. Mehrfache Anlage des Zentralcanals hat eine ahnliche Bedeutung. Der Umstand dass man auch in einem nicht kranken Rückenmarke nicht selten mehr als einen Zentralcanal findet, spricht nicht direct gegen diese Annahme, kann vielmehr so aufgefasst werden, dass diese abnormen Zustande nicht notwendiger Weise im spateren Leben der Ausgangspunkt für krankhafte Processe sein müssen, sondern Zeitlebens unbeschadet für den Trager ruhig liegen bleiben können."

Sluiten