Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L i n d a u, de syringomyelie en andere ontwikkelingsstoornissen van het centrale

zenuwstelsel.)

Wat nu precies op dezen bodem geschiedt, is feitelijk nog een vraagstuk, dat op zeer verschillende wijze opgelost wordt. Voor den éën is dit een kwestie van liquorstroom, voor den ander een kwestie van toxinen, voor een derde van gezwelvorming, voor een vierde van vaatstoornissen. Vermoedelijk zal dus nu eens dit, dan weer iets anders de oorzaak der secundaire holtevormingen zijn.

Wanneer ik de gegevens samenvat kom ik tot de volgende conclusie.

Van groot belang voor het inzicht in de overtollige centrale kanalen zijn alle mogelijke ontwikkelingsstoornissen van het centrale kanaal.

1°. anomalieën in den aanleg der medullair-groeve (verdubbeling),

2°. anomalieën in de sluiting der medullair-groeve tot het latere centrale kanaal,

3°. anomalieën van glia-elementen, die op een trap van geringe differentiatie zijn blijven

staan (medulloblasten).

(Daarnaast kunnen tal van vreemde invloeden, als tumoren, ontsteking en bloedingen, zich doen gelden en een oorspronkelijk enkelvoudig kanaal splitsen. Uit mijn beschrijving is duidelijk dat deze rubriek voor mij buiten beschouwing valt.)

Hoe geschiedt echter normaliter de sluiting van de medullair-groeve en de verkleining van het oorspronkelijke kanaal tot het volwassene, dat gereduceerd is tot een onaanzienlijk groepje cellen achter de commissura anterior? Bij de eerste verkleving (ontstaan van medullair-buis uit medullair-groeve) ontstaat de dakplaat: hoe dit in zijn werk gaat, wat er wordt van de cellen, die bij deze verkleving zich tegen elkaar leggen, is niet duidelijk in het werk der onderzoekers op dit gebied.

Van nu af aan heeft een geleidelijke verkleining plaats van het oorspronkelijke centrale kanaal. Volgens velen zou dit geschieden door een actief vergroeiïngsproces dat van de dakplaat uitgaat (de dakplaat staat inmiddels in nauw contact met het mesenchym en de vaten, die omstreeks dezen tijd om het ruggemerg optreden). Hoe men zich deze „actieve" vergroeiing door de dakplaat-elementen voor moet stellen, is mij geheel onduidelijk.

Of de verkleining van het centrale kanaal ook nog op een andere manier plaats heeft, is niet zeker: het is echter goed denkbaar dat de zijwanden meer passief met elkaar verkleven en dat de ependymcellen dezer zijwanden na de verkleving in het centrale grijs komen te liggen in een weinig gcdifferentieerden vorm.

Bij iedere ontwikkeling, hoe ook tot stand gekomen, zal men dus moeten bedenken

dat:

a) het centrale kanaal na de sluiting van de medullair-groeve en het centrale kanaal in het volwassen ruggemerg vrijwel onvergelijkbare grootheden zijn.

b) dat bij de sluiting in ieder geval ependym-cellen uitgeschakeld worden en in het centrale grijs komen te liggen in een vrij onbepaalden vorm.

c) dat de dakplaat een zeer bijzondere plaats inneemt (nauw contact met het mesenchym, stofwisselings-functie?).

Welke anomalieën kunnen voorkomen in de sluiting van het centrale kanaal?

lc. de sluiting van de medullair-groeve heeft in verschillende étappes plaats

(F i s c h e 1).

Sluiten