Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

exogene moment in sommige gevallen uitsluitend aanwezig is, en in andere, even zeldzame gevallen geheel ontbreekt.

Hoe ook de oplossing van dit vraagstuk zal zijn, zeker zal er rekening mee moeten worden gehouden, dat de afwijkingen het geheele zenuwstelsel betreffen: in mijn geval micromyehe en afwijkingen zoowel in de proximale als in distale gedeelten. Men moet met conclusies op dit gebied echter zeer voorzichtig zijn, daar het vrijwel nooit uit te maken is of bepaalde defecten primair dan wel secundair zijn: het is b.v. a priori niet te zeggen of het ruggemerg bij defecten in het proximale deel daarop reageert met micromyehe dan wel met hypertrophie: misschien reageert het er in het geheel niet op.

biegenbeekvanHeukelom heeft jaren geleden een theorie geopperd volgens welke de encephalocele posterior te verklaren zou zijn. Hij brengt alle afwijkingen terug op een differentiatie-stoornis van het schedelmesoderm, waardoor de beeniqe schedel ter plaatse zich niet kan ontwikkelen en het middenhersenblaasje gefixeerd wordt

Zijn opvattingen zijn onder leiding van Prof. W i n k I e r door vandenHoven v a n G e n d e r e n en T i m m e r weer aan een aantal misvormingen getoetst. Ook zij meenen, dat althans in een zeker aantal gevallen deze verklaring aanvaardbaar is. Het mesencephalon, dat de derde week der ontwikkeling het meest craniaal gelegen deel van het centrale zenuwstelsel is, zou omstreeks dien tijd door den één of anderen schadelijken invloed van buiten (ook zij laten in het midden van welken aard de noxe is) met het mesodermale weefsel, dat er boven ligt, vergroeien.

Daar het mesencephalon in het verdere verloop der ontwikkeling zich meer basaalwaarts verplaatst, zal een tractie op dit gedeelte van het zenuwstelsel uitgeoefend worden die een vernietiging van weefsel ten gevolge heeft. Deze destructie zou zoo zwaar kunnen zijn dat een anencephalus ontstaat, terwijl in lichtere gevallen slechts een encepha-

lan het H IF* ,mtraCranieelen druk De netelige vraag aangaande den aard het schadehjk agens laten zij onbeantwoord: zoowel een mechanische factor in den

zin van M u r k J a n s e n, als een infectieus moment kan de bedoelde vergroeiing van het mesencephalon veroorzaken.

T i Verklarin,9 niet al9emeen geldig is en ieder geval begrijpelijk maakt, geeft

immer toe in zijn latere publicaties.

Ik refereer deze opvattingen uitvoerig, omdat in mijn geval inderdaad een uitgebreide vergroeiing bestaat m het dak van den aquaeductus Sylvii met een uittrekken van het enuwweefsel naar boven. Of de epiphyse in het weefsel te vinden is, durf ik niet met ze erheid te zeggen. Andere vergroeiingen van zenuw- en mesodermaal weefsel zag ik

vast 7? , met eC,htS ^ bl3aS' di£ d£ Pkats V3n het Cerebel!™ innam, was zeer vast met het per.ost van het os occipitale verbonden. De proximale cysten, die eventueel

als representanten der hemisferen opgevat kunnen worden, waren ook zeer vast vergroeid met de huid en het vaatrijke bindweefsel dat de cysten omhulde. Er lijkt mij dus zeker veel voor de opvatting te zeggen, dat zenuwweefsel en mesoderm een zeel mnige verbinding aangaan m de proximale gedeelten van het misvormde zenuwstelsel,

omh", rtTr9r0e]m9 oterkSt iS' W3ar het C°ntaCt Van enuwweefsel en mesodermale omhulsels het nauwst is. De invloed van intracranieelen druk is bij den hemicephalus op

jn minst twijfelachtig. Het is mogelijk, dat het mesencephalon in dit proces een prae-

d lecüe-plaa s dat ook andere plaatsen in dit proces primair betrokken kunnen zijn

bewust het laatst gepubliceerde geval van Timmer, waar een vergroeiing van é"n

schièn se 1 -esoder- ter plaatse bestond. En dat andere plaatsen ook, misen secundair, kunnen vergroeien, bewijst elk geval van hemicephalie.

en ziet, dat door al deze uitzonderingen en bedenkingen niet veel overblijft van de

Sluiten