Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

BESPREKING DER KLINISCHE GEGEVENS.

§ 1. Bij de beoordeeling der bewegingen en gedragingen van den hemicephalus doen zich tal van moeilijkheden voor: o.a.

1 °. moeten wij ons bewust blijven met een kind te maken te hebben.

2°. is dit een misvormd kind.

ad 1°.

De gedragingen van een pasgeboren kind moeten geheel anders beschouwd worden dan die van een volwassen mensch. De omgevingsveranderingen, die voor een kind beteekenis hebben en door het kind waargenomen worden, zijn geheel anders dan die van waarde zijn voor den volwassen mensch.

Aan den eenen kant zijn er een aantal z.g. prikkels, die het kind niet waarneemt: de eerste dagen licht en geluid; wanneer wij ons dus een beeld willen vormen van de „Umwelt van het pasgeboren kind (van invoelen is, zoo al ooit, hier zeker qeen sprake) dan vervalt in die wereld alles wat met licht en donker te maken heeft en alle geluid. De belevingen van het kind verloopen buiten deze sferen om.

Aan den anderen kant moeten wij bedenken dat de beteekenis van veranderingen in de omgeving bi, een volwassen mensch en een pasgeboren kind geheel verschillen. Als voorbeeld moge genoemd worden de oppervlakkige aanraking in een mondhoek. Bij het pasgeboren kind houdt een dergelijke waarneming verband met de voedselopneming. amPer heeft deze reflex uitvoerig ontleed bij zijn middenhersenwezen.

Daarbij is gebleken, dat na aanraking van een mondhoek het hoofd gedraaid wordt naar de plaats der aanraking, waarop met een vooruit-beweging van het hoofd zuiq-bewegingen beginnen. Dit antwoord staat onder algemeene invloeden en verloopt geheel anders naar mate het kind honger heeft of verzadigd is. Hetzelfde is bij ieder pasgeboren rad te controleeren. Bij volwassenen is hiervan niets meer te vinden, tenzij belangrijke deelen der groote hersenen beschadigd of buiten functie gesteld zijn.

Zoo is het niet alleen met de tastwaarnemingen in de omgeving van den mond, neen. vlerken voor e veranderingen in de omgeving die op het pasgeboren kind in-

We moeten echter nog met iets anders rekening houden. De voedselopneming is één er verrichtingen, die reeds bij het pasgeboren kind in zeker opzicht volledig ontwikkeld is Het kind leert niet zuigen, doch kan onmiddellijk na de geboorte zuigen. Van de vele andere verrichtingen echter, die bij een volwassen mensch tot ontwikkeling zijn qeomen, het grijpen, het loopen, praten enz., enz., vindt men bij den pasgeborene slechts aanduidingen. Deze verrichtingen zijn bezig, veelal nauwelijks begonnen, zich te ontwi ke en. Wat wij dus vinden is geen reeks zwakke verrichtingen, doch componenten die zich aan het vormen zijn. Bij het pasgeboren kind hebben wij dus te maken met „Mo° 2lch 3an het 0ntwikkelen is, waarin dus waarschijnlijk bij nauwkeurig toezien,

Sluiten