Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij nam telkens 40 cM3 eiwitoplossing, 4 cM3 n. HC1, 0.1 cM3 maagsap en vulde met de eiwitoplossing aan tot 50 cM3 Hij liet gedurende 24 uur digereeren bij 38° C. Van 10 cM3 van het verteringsmengsel bepaalde hij de refractie vóór de digestie. Na de digestie nam hij 20 cM3 verteringsmengsel, behandelde dit, met n. NaOH en 2 druppels eener 1 % azolitminoplossing als indicator, tot scherpen omslag in het blauw; nu deed hij 1 druppel eener 5 % azijnzuur-oplossing erbij, kookte en filtreerde heet. Dan bracht hij het filtraat met water op 20 cM3 en bepaalde hiervan de refractie, b.v.:

Refractie van het digestiemengsel voor de digestie: schaaldeel 20.2 .< .. „ filtraat na de „ „ 19.0

Verschil = „ 1.2

Hij had genomen 50 cM3 digestiemengsel, waarin 46 cM3 eiwitoplossing met refractie-waarde 18.5. Stelde hij dus de refractie-waarde van het mengsel als x (n.1. x = meer dan van water), dan:

(18.5—15.0): x = 50 : 46 of x = 3.2 schaaldeel.

1RO

50 cM3 met refractie-waarde 1.0 bevatten — = 90 m.gr. eiwit.

Ci

Immers hij had een 0.62 °/0 eiwitoplossing met een refractie-waarde 18.5— 15.0 3.5 meer dan van aq.dest. De eiwitoplossing met een refractie-waarde

f\On

van 1 zou dus per 100 cM3 bevatten — = ± 180 m.gr. eiwit. In 50 cM3

met refractie-waarde 3.2 bevinden zich derhalve 90 X 3.2 = 288 m.gr. eiwit.

Het verschil in refractiewaarde nl. 1.2 komt dus overeen met 90 X 1.2 = 108 m.gr. eiwit. In de proef was dus verteerd 288 — 108 = 180 m.gr. eiwit.

Hij koos den langen proefduur van 24 uur, om de werking van kleine hoeveelheden pepsine nog te kunnen waarnemen. Slechts ééns vond hij een maagsap, dat in dien tijd al het eiwit verteerd had.

Groep II

Brücke') deed proeven met stukjes gecoaguleerd eiwit of met fibrineklompjes. Hij nam van beide evenveel op het gezicht in reageerbuisjes, waarin verschillende verdunningen van het te onderzoeken maagsap. Hij legde er reeds den nadruk op, dat men den zuurgraad in alle buisjes denzelfden moet maken.

Dan noteerde hij den tijd, waarna het eiwit of de fibrine verteerd was.

1) Brücke: Beitrage zur Lehre von der Verdauung. Sitzungs-berichte der mathem. naturw. Classe der Kais. Akademie der Wissenschaften zur Wien. Bd. 37. S. 131. Jahrg. 1859. Id.: Bd. 43. Jahrg. 1861, S. 601. Id.: Vorlesungen über Physiologie 1874. Bd. I. S. 296.

Sluiten