Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Briicke gaf den raad er door verdunning voor te zorgen, dat de digestietijd minstens 30 minuten bedroeg, omdat dan de tijden bij de verschillende verdunningen verder uit elkander lagen en zoo verschillen in digestie beter uitkwamen.

Later gaf A. Mayer1) een methode aan om de stukjes gecoaguleerd eiwit nauwkeurig gelijk te maken. In glazen buisjes, die van binnen met vet waren ingesmeerd, liet hij eiwit stollen. Daarna stootte hij het eiwit in den vorm van een cylindertje uit die buizen, droogde boven zwavelzuur en sneed voor 't gebruik gelijke deeltjes af.

Op dergelijke wijzen hebben ook Boas,2) Johannessen 3) en Illoway 4) de sterkte van maagsappen willen bepalen,

Bettmann en Schroeder5) hadden een 1 % eiwitoplossing gemaakt. Zij brachten 2 cM3 van deze oplossing te zamen met 1 cM3, door 0.4% zoutzuur, viervoudig verdund maagsap in een reageerbuisje. Nu schudden zij krachtig het buisje een 50 maal, waardoor een schuimlaag ontstond boven de vloeistof. Zij lieten digereeren bij 37° C., noteerden den tijd, waarna het schuim verdwenen was. Zij geven dezen tijd aan in minuten als zgn. „Schaum-Index".

Alleen vond ik in de litteratuur dat Cobb6) met de methode heeft gewerkt. Hij onderscheidde op grond van 't onderzoek met deze methode de maagsappen alleen in: „strong", „very strong" etc.

Spriggs7) maakte gebruik van de verandering der viskositeit van eiwitoplossingen onder invloed van de digestie. De bepalingen deed hij met een viskosimeter van Ostwald. In zijn proeven onderzocht hij na verschillende tijden van digestie de viskositeit van het digestiemengsel en bepaalde den tijd, waarna de doorstroomingstijd juist 83 sec. bedroeg.

1) A. Mayer: Einige Bedingungen der Pepsinwirkung quantitativ studiert. Zeitschr. für Biologie. Bd. 17. 1881. S. 351.

2) Boas: Diagnostiek und Therapie der Magenkrankheiten. Theil I. 1894. 3e Auflage. S. 187.

3) Johannessen: Studiën über die Fermente des Magens. Zeitschr. f. Klin. Med. Bd. 17. 1890. S. 304.

4) Illoway: Einfache Methoden zur quantitativen Bestimmung der vom Magen ausgeschiedenen Enzyme. Archiv für Verdauungskrankh. Bd. XI. 1905. S. 144.

5} Bettmann u. Schroeder: Ueber die Bestimmung der proteolytischen Kraft des Magensaftes etc. Archiv für Verdauungskrankh. Bd. X. 1905. S. 599.

6) Cobb: Contribution to our knowledge of the action of pepsin, with special reference to its quantitative estimation. The American Journal of Physiology. Vol. XIII. 1905. p. 448.

7) Spriggs: Eine neue Methode zur Bestimmung der Pepsinwirkung. Zeitschr. f. physiol. Chemie. Bd. 35. 1902. S. 465.

Sluiten