Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tabel (V naar Löhlein)

Indicator A. B. A—B. C. C—B. D. D—C. Nitrophenol:

spoor geel • ' 11.5 11.8 0.3 12.3 0,5 12.9 0.6

duidelijk „ . . 11.7 12.1 0.4 12.7 0.6 13.2 0.5

maximaal . . . 12.3 13.0 0.7 13.7 0.7 14.6 0.9 Phenolphtaleïne:

spoor .... 12.5 13.2 0.7 14.3 1.1 15.6 1.3

rose 12.7 13.4 0.7 14.5 1.1 15.9 1.4

maximaal . . . 13.9 14.7 0.8 16.2 1.5 17.9 1.7

Berekenen wij weer C—A en D—A, dan vinden wij:

Tabel

Indicator B—A. C—A. D—A.

i 0.3 0.8 (0.6) 1.4 (0.9)

Nitrophenol % 0.4 1.0 (0.8) 1.5 (1.2)

( 0.7 1.4 (1.4) 2.3 (2.1)

j 0.7 1.8 (1.4) 3.1 (2.1)

Phenolphtaleïne < 0.7 1.8 (1.4) 3.2 (2.1)

( 0.8 2.3 (1.6) 4.0 (2.4)

Volgens Löhlein zou de vertering evenredig zijn aan den wortel van den tijd. Ik heb in de laatste tabel de getallen, berekend naar die verhouding uit de digestie na 1 uur, tusschen haakjes geplaatst. Ook nu is de overeenstemming maar zeer matig. Vooral na 9uur(D A) schijnt meer te zijn verteerd.

Ik zal niet meer proeven van Löhlein weergeven. Ze geven allen hetzelfde resultaat. Het is m. i. voldoende aangetoond, dat de verlangde regelmaat in de proeven van Löhlein niet bestaat.

Hij vermeldt, dat hij in een proef, waarin hij liet digereeren 1, 4 en 9 cM3 maagsap gedurende 1, 4 en 9 uur, zag, dat, wanneer het product p t meer dan 16 bedroeg, de zuurgraad niet meer toenam; bv. 4 cM3 maagsap gaf weinig meer verhooging van den zuurgraad na 9 uur, dan na 4 uur. Wel gaf 9 cM3 een hoogere aciditeit binnen 4 uur digestie, dan 4 cM3 maagsap. Hieruit besluit Löhlein, dat de factor p meer invloed heeft op het toenemen van den zuurgraad, dan de factor t.

Hij geeft den raad de proeven zoodanig in te richten, de factoren p en t aldus te kiezen, dat de vermeerdering van de aciditeit valt onder de geldigheid van de fermentwet.

Sluiten