Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

methode van Mett de belemmerde werking der stagneerende digestie-producten uit te schakelen. Grützner deed dit door buisjes van Mett, aan de bovenzijde gesloten, loodrecht in digestie-vloeistoffen opgehangen, te laten verteren. Echter geeft hij geen getallen, die de juistheid der onderstelling aantoonen.

Kom,*) leerling van Grützner, nam zeer eenvoudige proeven, om den storenden invloed van die digestie-producten aan te toonen. Hij vulde glazen buisjes met eiwitoplossing, gekleurd door karmijn en liet deze digereeren, loodrecht opgehangen in de digestie-vloeistof. Hij zag, dat de bovenzijde van de buisjes minder snel verteerd werd en dat hier de plaats, waar het eiwit was verteerd, nog intensief rood was gekleurd.

In een volgende proef wilde Korn aantoonen, dat een digestie-vloeistof in een schaaltje, dat 3 cM hoog was, in den loop der digestie van eenige buisjes van Mett, onderin meer remmende peptonen bevatte, dan bovenin de vloeistof.

Hiertoe liet hij buisjes van Mett onderin en bovenin de vloeistof — het laatste door de buisjes te laten drijven door middel van stukjes kurk — digereeren en bepaalde na 2, 4 en 6 uur de digestie. De buisjes onderin de vloeistof waren bijna steeds minder verteerd. De verschillen zijn echter zóó gering, dat ik meen, dat zij meer het gevolg zijn van fouten in de meting, dan wel, dat op zulk een wijze een verschil in peptonenrijkdom van de verschillende deelen van de vloeistof zou zijn aan te toonen. Volgens Effront2) zou Duclaux dezelfde berekening (W n2) hebben gemaakt als Grützner, maar Effront zegt, dat proeven de juistheid daarvan niet hebben bevestigd. Volgens Duclaux „la différence serait imputable a ce que la diffusion ne renouvelle pas assez rapidement les surfaces a 1'intérieur du tube, lorsque la puissance de la diastase augmente, ce qui a poureffet de restreindre la longueur d'albumine, qui aurait du être dissoute."

Ten slotte wil ik nog wijzen op een waarneming van Pawlow en Parastschuk3). In een proef namen zij maagsap en verdunden dit met water. Zij zagen „dasz die Fermentmenge und die Zahl — und nicht ihr Quadrat — der Millimeter des verdauten Eiweiszstabchens direkt proportional sind".

Zij hadden buisjes gevuld met gestold kippeneiwit en serumeiwit.

1) Kom : 1. c.

2) Effront: 1. c. P. 202 en 203.

1) Pawlow en Parastschuk: Ueber die einund demselben Eiweiszfermentezukommende proteolytische und milchkoagulierende Wirkung verscheidener Verdauungssafte — Zeitschr. f. physiol. Chemie — Bd. 42. 1904. S. 415. 447 en 448.

Sluiten