Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wc zien derhalve werkelijk een goede overeenstemming, waaruit we mogen afleiden, dat de omzetting inderdaad evenredig is met de hoeveelheid nog te verteren eiwit.

Het is natuurlijk onjuist, zooals Sawjaloff1) dat deed, zonder meer te zeggen, dat Sjöqvist heeft bewezen dat de digestie evenredig zou zijn aan de hoeveelheid pepsine, daar hij in zijn formule tegelijk een verband heeft gelegd tusschen digestiesnelheid en hoeveelheid verteerbaar eiwit.

Sjöqvist meende in het begin zijner krommen te zien, dat de digestie den regel van Schütz volgde. Hij berekende nl. uit die krommen de digestie na V2 en 1 uur. Zoo vond hij:

Pepsine-conc. Na lU uur. Na 1 uur. 0.5 1.4 2.25

1.0 2.1 3.15

2.0 2.85 4.00

4.0 4.00 5.10

Is deze regel geldig, dan moeten in beide reeksen telkens de uitkomsten gelijk worden, wanneer de „vertering" gedeeld wordt door den wortel uit de pepsineconcentratie :

1.4 : \fx!2 = 2.0 en 2.25 : jA1/2 — 3.18,

2.1 : \r\ = 2.1 3.15 : jAl = 3.15,

2.85 : \[2 = 2.04 4.00 : /2 = 2.84,

4.00 : jA4 = 2.00 5.10 : |A4 = 2.55.

In een volgende proevenreeks bepaalde Sjöqvist") de vermindering van het electrisch geleidingsvermogen. Hij bereidde 4 vloeistoffen met zoutzuur, pepsine en bracht in elk 2.23 gram eiwit. De zuurgraad was 0.05 normaal, de hoeveelheid pepsine resp. 2.5 ; 5; 10 en 20 cM3 op 100 cM vloeistof. Hij bepaalde telkens van proefjes, na deze van 37° op 18° C. te hebben afgekoeld, het electrisch geleidingsvermogen.

In zijn tabel is (x = moleculair electrisch geleidingsvermogen.

^ = vermindering van het electrisch geleidingsvermogen.

Hij heeft bovendien in zijn tabel berekend . Is dit telkens op

denzelfden tijd voor de verschillende pepsine-concentraties een constant getal, dan is dit een bewijs voor de geldigheid van den regel van Schütz. Ik geef maar een gedeelte van zijn tabel weer.

1) Sawjaloff: 1. c. 2) Sjöqvist: 1. c.

Sluiten