Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit deze gegevens construeerde Grützner een kromme en zag dat deze in 't begin een parabel was, maar dat spoedig de sterkere oplossingen van de pepsine minder verteerden.

In een volgende serie werkte Grützner met zijn karmijnfibrine-methode. De uitkomsten zijn in de volgende tabel weergegeven.

Tabel

Peps. conc. Na 3 min. 7 min. 14 min. 21 min. 30 min. 44 min.

0.05 cM3. 0 0 bijna II II III IV

0.1 0 0 II III <IV V

0.2 „ 0 bijna II <111 IV IV—V VI

0.4 „ 0—I II III—IV <V V—VI bijna VII

0.8 „ bijna II II—III IV V—VI VI VII

i.6 n iv v vi vi—vii —

Grützner leidt uit deze proef af, dat de vertering in 't begin evenredig zou zijn met de pepsine-concentratie, na f 14 min. met den wortel uit de pepsine-conc., ten slotte „spater gehen sie (de krommen, die men uit de tabel kan afleiden) in andere über."

I. B. Substraat in opgelosten toestand.

Grützner deed proeven met een 0.2 % caseine-oplossing in 0,1 % zoutzuur. Hij liet verteren bij 38° C. gedurende \lU, 21/2, 5 en 10 minuten met verschillende verdunningen van een extrakt van een varkensmaagslijmvlies. Na de digestie behandelde hij gelijke porties met geelbloedloogzout, centrifugeerde en vergeleek de neerslagen. Wanneer de proef slechts IV4 minuut duurde, zag hij weer, dat de digestie evenredig was aan de concentratie der pepsine ; na 2,5 min. was de curve een parabel, terwijl nog later de krommen een meer horizontaal beloop hadden.

Volgens Grützner zouden in 't begin der digestie nog weinig remmende digestie-producten gevormd zijn en zou het enzym nog weinig geleden hebben, terwijl bij een bepaalde verhouding tusschen hoeveelheid enzym en digestie-producten parabels zouden ontstaan.

II. Bij de proeven naar Brücke kan men volgens Grützner ■. 1°, dezelfde hoeveelheid substraat nemen, maar verschillende hoeveelheden pepsine; 2°. dezelfde hoeveelheid enzym, maar verschillende hoeveelheden substraat; 3°. dezelfde hoeveelheid pepsine en substraat, maar verschillende hoeveelheden vloeistof.

Sluiten