Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geeren van de met oxaalzuur behandelde en gedialyseerde vloeistof, door verzadigen met ammoniumsulfaat het nog aanwezige enzym neergeslagen.

Dit neerslag werd met een weinig zoutzuur van 0.2 % in een dialysator gebracht in herhaaldelijk ververscht HC1 0.2 %•

Door de dialyse werd het ammoniumsulfaat verwijderd. De inhoud van den dialysator werd bij 37° C, verwarmd, waardoor de pepsine in oplossing ging en gefiltreerd. Door dialyse tegen gedestilleerd water werd de pepsine neergeslagen, gedroogd en fijn gewreven.

De hondenpepsine werd bereid uit het maagsap van een hond, waarbij een slokdarm- en maagfistel waren aangelegd. Wanneer de hond vleesch kauwde en doorslikte, scheidde de maagmucosa een helder maagsap af. Dit werd door de fistel opgevangen en terstond gefiltreerd, om slijmvlokjes te verwijderen. Het maagsap werd ± 20 uur gedialyseerd tegen gedestilleerd water. Er ontstond dan een troebelheid van pepsine. Deze werd door centrifugeeren afgescheiden. Het bezinksel in de centrifugebuisjes werd op een filtertje gebracht, met een weinig gedestilleerd water uitgewasschen, uitgeperst, van het filter genomen, gedroogd in een exsiccator en tot poeder fijngewreven in een mortiertje. Door het neerslag bij 37° C. op te lossen in 0.2 % zoutzuur en daarna ten tweeden male te dialyseeren tegen gedestilleerd water kon men het praeparaat verder reinigen.

Nadat uit de vloeistof deze hoeveelheid pepsine was verwijderd, werd door halve verzadiging met ammoniumsulfaat de nog aanwezige pepsine neergeslagen. Het neerslag werd weer, om het te bevrijden van ammoniumsulfaat, gedialyseerd tegen 0.2 °/o zoutzuur, daarna bij 37° C, opgelost,en door dialyse tegen gedestilleerd water weer neergeslagen.

De uit het varkensmaagslijmvlies bereide pepsine was altijd lichtgeel van kleur. De door dialyse uit het maagsap van den hond neergeslagen pepsine was bij den vroeger door Pekelharing gebruikten hond — behalve wanneer er gal in de maag was gekomen — geheel kleurloos, bij het thans tot onze beschikking staande dier echter gewoonlijk een weinig grijs of, ook bij afwezigheid van galkleurstof, geel van tint. Zij loste bij 37° C. slechts langzaam en niet volkomen op in HC1 0.2 %. Werd deze oplossing weder door dialyse tegen water neergeslagen, dan werd een zuiver wit poeder verkregen, dat in zoutzuur wat langzaam, maar volkomen oploste. De uit het gedialyseerde maagsap met amononiumsulfaat neergeslagen pepsine was volmaakt kleurloos en loste bij lichaamstemperatuur gemakkelijk en volkomen in zoutzuur 0.2 % op.

Voor de proeven werd een nauwkeurig afgewogen hoeveelheid pepsine eerst eenige uren in een weinig zoutzuur van 0.2 °/o geweekt bij kamertemperatuur. Daarna werd de rest van de afgemeten hoeveelheid zoutzuur

Sluiten