Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maakte kippeneiwit, dat door koken gecoaguleerd was, fijn tot een poeder. Ik bracht afgewogen hoeveelheden eiwit in aanraking met oplossingen van hondenpepsine in 0.1 % zoutzuur, in verschillende verdunningen gedurende 2\ uur in roteerende fleschjes bij kamertemperatuur, om het eiwit de pepsine te laten adsorbeeren. Daarna waschte ik het eiwit uit met gedestilleerd water en bracht het in bepaalde hoeveelheden 0.2 °/0 zoutzuur in fleschjes, liet roteerend digereeren bij 37° C. Na de digestie kookte ik de digestievloeistoffen, filtreerde en bepaalde het N-gehalte van het filtraat naar Kjeldahl. Ik kreeg echter tusschen de verschillende filtraten zulke geringe verschillen, dat ook deze proeven een negatief resultaat opleverden. Het is trouwens nog de vraag, of bij deze proeven het eiwit pepsine zal adsorbeeren in evenredigheid met de concentratie van de pepsineoplossing Het geringe verschil, dat ik vond, wijst, dunkt mij, er juist op dat het eiwit telkens ± evenveel, of ten minste uit de sterke oplocsingen weinig meer pepsine dan uit de zwakke had geadsorbeerd.

Sluiten