Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedoelde oplossing van pepsine, daar immers bij de methode van Grützner een bepaalde regel niet geldig is.

Daar Sahlix) in zijn leerboek heeft aangeraden fibrine te kleuren met berlijnsch blauw en dan de digestievloeistoffen te vergelijken met een oplossing van onoplosbaar berlijnsch blauw in 1/l0 normaal oxaalzuur, welke oplossing, in toegesmolten buisjes bewaard en tegen licht beschut, niet zou veranderen van kleur, heb ik deze wijziging van de methode nagegaan.

Ik volgde het voorschrift van Sahli: ik overgoot een portie fijngehakte, versche fibrine met zooveel 1 % oplossing van ferrocyaankalium, dat juist de fibrine er door bedekt was en liet deze 8 uur bij kamertemperatuur staan. De ferrocyaankalium-oplossing werd daarna zonder uitpersen afgegoten en deze hoeveelheid gemeten. Met evenveel cM3 eener verdunde oplossing van ijzerchloride als de hoeveelheid afgegoten ferrocyaankalium-oplossing bedroeg, werd nu de fibrine in een mortiertje innig gemengd. De verdunde oplossing van ijzerchloride werd aldus bereid: op telkens 10 cM3 van de ferrocyaankalium-oplossing, die voor impregnatie van de fibrine was gebruikt, nam ik 1 cM3 van een 6 maal verdunden liquor ferri-sesquichlorati uit de pharmacopee en bracht met water deze hoeveelheid op hetzelfde quantum, als de hoeveelheid afgegoten ferrocyaankalium-oplossing bedroeg. Bijv.: De fibrine was overgoten met 100 cM3 1 % oplossing van ferrocyaankalium. Ik liet ze hierop 8 uur staan. 50 cM3 ferrocyaankalium-oplossing werd afgegoten. Nu nam ik liquor ferri-sesquichlorati, die ik verdunde met 5

volumina aqua dest. Van deze verdunning bracht ik —) 10 cM3 met

(50—10 =) 40 cM3 aqua dest. op de fibrine in een mortier.

De blauw gekleurde fibrine waschte ik uit met water, totdat het waschwater geheel kleurloos bleef. Op de vroeger beschreven wijze droogde ik de fibrine en maakte haar fijn tot een poeder. In het wigvormig glas bracht ik een oplossing van berlijnsch blauw in 1/10 n. oxaalzuur. Mijn proeven waren verder ingericht als bij de karmijnfibrinemethode. Echter ook nu had de standaardoplossing een andere tint, als de digestievloeistoffen. Eenig voordeel boven de methode van Grützner kon ik van de wijziging naar Sahli niet ontdekken. Het heeft dan ook geen zin proeven, met deze fibrine genomen, te vermelden.

Ten slotte heb ik nog eenige proeven genomen met den verdunnings-

1} Sahli: 1. c. in Lehrbuch : S. 522 u, 523.

Sluiten