Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

colorimeter van Stanford1)2). Stanford heeft er op gewezen, dat verschillende colorimeters behebt zijn met bronnen van fouten. Wanneer men toch de vloeistoffen vergelijkt, wat de kleur betreft, waarbij niet door een even dikke vloeistofzuil gekeken wordt, dan zullen de vloeistoffen nooit dezelfde tint bezitten, maar zal men wel een fout van 25 °/o kunnen maken. Verder zal de onnauwkeurigheid nog grooter zijn, wanneer men niet met heldere vloeistoffen werkt, of wanneer de vergelijkingsvloeistof uit een andere stof bestaat. Daarom heb ik eenige digestievloeistoffen onderling vergeleken met den colorimeter van Grützner en met dien van Stanford. Voor een volledige beschrijving van het toestel verwijzend naar de mededeeling van Stanford, zal ik het principe vermelden, waarop het gebaseerd is.

In twee bakjes worden de te onderzoeken vloeistof en de vergelijkingsvloeistof gebracht. Door verdunnen wordt de donkerder gekleurde vloeistof van dezelfde kleur gemaakt als de andere. Men bepaalt derhalve hoeveel malen hiervoor gene vloeistof moest verdund worden.

Is het punt overschreden, dan kan men bovendien weer de andere vloeistof verdunnen.

Ik nam als standaardvloeistof een met aq. dest. 400 maal verdunde 5 % oplossing van karmijn in een verzadigde oplossing van lithiumcarbonaat. In het eene bakje deed ik 2 cM3 van deze oplossing, in het andere 2 cM3 digestievloeistof, waarvan ik de kleursterkte wilde bepalen, uitgedrukt in de 5 % karmijnoplossing.

Moest ik bv. door de pipet aan de 2 cM3 400 X verdunde 5 °/o karmijnoplossing 3.6 cM3 aq. dest. (ik verdunde hiermede) toevoegen, opdat deze dezelfde kleur had, als de 2 cM3 digestievloeistof, dan kwam de kleur

van de laatste dus overeen met een 2 X =] 1120 maal

verdunde oplossing van de 5 % karmijnoplossing.

Proei 12

I. 1 cM3 0.04 % oplossing van hondenpepsine onverdund \ 9 cM3 0.1 % HC1

II. „ „ „ „ 2 X verdund/ en 50 mgr. kar-

III „ 3 X „ l mijnfibrine. 10

IV. „ „ „ „ 4 X „ ) min. laten zwellen.

Digestie bij kamertemperatuur.

In het wigvormig glas van den colorimeter van Grützner deed ik een

1) Stanford: ein Verdünnungscolorimeter nebst Bemerkungen über die Versuchsfehler des kolorimetrischen Vergleiches : Zeitschr. für physiol. Chemie. Bd. 87. 1913. S. 159.

2) beschrijving van het toestel in : Brusch und Schittenhelm Lehrbuch klinischer Untersuchungsmethoden. Theil II. 1914.

Sluiten