Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hetzelfde vinden we, wanneer we de sterkte berekenen uit de digestie na 10 minuten.

Dat werkelijk deze bepaling, althans bij benadering juist is, kunnen we afleiden uit het feit, dat een controle-bepaling met de methode van Mett de sterkte van het maagsap deed bepalen op een 0.371 % tot 0.336 °/o oplossing van hondenpepsine.

Proef 56 (methode van Mett).

In A: 10 cM3 maagsap 2.9-voudig verdund met aq. dest.

„ B : 10 „ 0.04 % oplossing van hondenpepsine.

Ik bracht in beiden 2 buisjes van Mett en liet 5 uur en 22'/2 uur digereeren in rust.

Tabel 5c

Pepsine: A: B:

na 5 uur: 2.02 mM 1.13 mM „ 22V2 „ 9.33 „ 5.45 „

Volgens den regel van Borissow verhouden dus de concentraties van de pepsine zich: na 5 uur: A:B = (2.02)2: (1.13)® of

A = 3.2 B.

Derhalve is het maagsap, onverdund, 3.2 X 2.9 sterker dan B, of in % van de oplossing van hondenpepsine uitgedrukt:

Maagsap = 3.2 X 2.9 X 0.04% = 0.3712% oplossing van hondenpepsine.

Dezelfde berekening volgend uit de digestie na 22'ƒ2 uur:

f9 3313

Maagsap (onverdund) = X 2.9 X 0.04% = 0.3364 % oplossing

van hondenpepsine.

Ik heb nu ook in tal van proeven de sterkte van een oplossing van varkenspepsine uitgedrukt in die van een oplossing van hondenpepsine, We kwamen echter tot het verrassende resultaat, dat volgens de edestinemethode de oplossing van de varkenspepsine (0.04 %) zwakker digereerde, dan die van de hondenpepsine (0.04 %), maar sterker naar de methode van Mett.

Proel 6a

Oplossing van hondenpepsine en varkenspepsine, beiden 0.04 %In 1:1 cM3 onverdund \

„ II: „ 2 X verdund / + 1 cM3 1 °/oo „III:,, 3 X „ \ edestine opl. en „ IV : „ 4 X „ i 3 cM8 1 %o HC1. 11 V: „ 5 x „ /

Sluiten