Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom is het van zooveel belang dat het geklopte eiwit, voordat het in de buizen wordt opgezogen, ongeveer 24 uren in het luchtledige wordt gehouden.

Zooals uit de vroeger medegedeelde proeven (zie Fig. I, II en III) blijkt, kan men de concentratie der pepsine, althans wanneer die zoodanig is dat de vertering in 24 uren niet veel meer dan 4 mM (2 mM aan ieder uiteinde) bedraagt, zonder belangrijke fout evenredig stellen aan het vierkant van het aantal mM verteerd eiwit.

De methode zou noodeloos omslachtig worden gemaakt, zoo men de buisjes in voortdurende beweging hield, waarbij, zooals ik heb medegedeeld, de vertering sneller gaat. Ik gebruikte voor mijn proeven steeds kleine Petri-schaaltjes met 10 cM8 verteringsvloeistof, waardoor de buisjes geheel bedekt werden, en liet de schaaltjes rustig in de broedstoof bij 37°—38° C. staan. De uitkomsten, die ik daarbij verkreeg, waren zeer regelmatig. Ook liepen de lengten aan de vier uiteinden, die telkens werden gemeten, niet, of te nauwernood, uiteen.

Een bezwaar van de methode van Mett is, dat de vertering van het kippeneiwit nauwelijks of in het geheel niet is waar te nemen, indien het gehalte van de verterings vloeistof aan pepsine zeer klein is. Men kan aan dit bezwaar eenigszins tegemoet komen, door, in plaats van kippeneiwit, bloedserum te gebruiken. Beter schijnt het mij echter in zulke gevallen de methode van Grützner toe te passen, die in gevoeligheid die van Mett ver overtreft.

Ook deze methode heeft groote voordeelen. Het voornaamste daarvan is wel dat de uitkomst van het onderzoek in zoo korten tijd wordt verkregen. De vertering der karmijnfibrine gaat zoo snel, dat de daarvoor noodige tijd bij minuten kan worden gerekend, terwijl bij de methode van Mett een geruime tijd, dikwijls een geheel etmaal, noodig is voor het oplossen van zooveel eiwit dat bij de meting kleine fouten slechts een onbeduidenden invloed hebben. Wel is waar blijven de buisjes van Mett gedurende dien tijd rustig staan, zonder dat men er naar behoeft om te zien, maar het is toch bij klinisch onderzoek zeer wenschelijk spoedig den uitslag der bepaling te kennen. De bepaling zelve is, bij het gebruik van den door Grützner aangegeven, eenvoudigen en zeer doelmatigen colorimeter, gemakkelijk en vlug uit te voeren.

De bereiding der karmijnfibrine is, omdat deze, wil men betrouwbare uitkomsten verkrijgen, zeer gelijkmatig fijn moet worden gewreven, wat lastig en tijdroovend, maar dit bezwaar is niet groot, omdat men een aanzienlijken voorraad tegelijkertijd kan maken, die, droog bewaard, onbepaalden tijd goed blijft. Van meer belang is het, dat voor elke bepaling

Sluiten