Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van elk dezer preparaten werd het verterend vermogen bepaald, door twee buisjes van Mett gedurende 24 uren te digereeren met 0.5 cM8 van een oplossing van 0.1% pepsine in 0.2 % HC1, met 9.5 cM3 0.2% HC1. Elk schaaltje bevatte dus 0.5 mgr. pepsine.

De uitkomst der meting was : I 5.5 mM, II 5.6 mM, III 5.3 mM.

Drie andere preparaten, ook uit vijf varkensmaagslijmvliezen, geheel op dezelfde wijze bereid, werden evenzoo onderzocht. Van Prep. I verteerde 0.5 mgr. in 24 uren 5.3 mM, van prep. II 5.4 mM, van prep. III 5.4 mM.

De verschillen zijn zoo gering, dat op deze wijze bereide pepsine wel als een voor de praktijk bruikbare standaard mag worden beschouwd.

Pepsine uit het maagsap van den hond zou, omdat zij zuiverder dan uit het maagslijmvlies van het varken kan worden bereid, de voorkeur verdienen als standaard-preparaat, indien aan de bereiding daarvan niet zooveel bezwaar was verbonden. Vooreerst eischt een hond, waarbij de slokdarm dwars doorgesneden is, een zeer zorgvuldige verpleging. Het voedsel moet dagelijks door de maagfistel in de maag worden gebracht en niet alleen met zorg worden bereid, maar, ook met het oog op het voortdurend verlies van al het speeksel en op het telkens terugkeerend verlies van aanzienlijke hoeveelheden chloriden, tengevolge van het aftappen van maagsap, van doelmatige samenstelling zijn. Bovendien moet, wegens het afvloeien van het speeksel door de slokdarmfistel, bijzondere zorg aan de reiniging van den hond worden gewijd. Een der allereerste voorwaarden toch voor het verkrijgen van normaal, krachtig werkend, maagsap is wel, dat de gezondheid van den hond in geenerlei opzicht wordt gestoord.

Maar er komt een ander bezwaar bij, dat zich bij den vroeger door Pekelharing voor zijn onderzoekingen gebruikten hond niet of te nauwernood deed gevoelen, maar bij het nu tot mijn beschikking staande dier ernstig deed gelden. Ofschoon de gezondheidstoestand van het dier, in het bijzonder wat de spijsvertering aangaat, niets te wenschen overliet, was toch, zooals ik vroeger reeds heb vermeld (pag, 82), het maagsap steeds, nu eens meer, dan weer wat minder, met vrij wat lichtbruin gekleurd slijm vermengd. Slechts door filtratie, door samengeperste pap van filtreerpapier, kon het geheel helder en kleurloos worden verkregen.

De uit dit maagsap door dialyse afgescheiden pepsine loste slechts langzaam, ook bij verwarming op lichaamstemperatuur, in 0.2% HC1 op en vertoonde een betrekkelijk gering verterend vermogen. Bij dialyse van deze oplossing tegen gedestilleerd water bleek pepsine te worden neergeslagen, die niet sterker, soms zelfs nog zwakker werkte-

Sluiten