Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier volgen eenige voorbeelden :

Van twee preparaten, I: door het maagsap te dialyseeren; II. door het aldus gevormde neerslag weder in 0.2 %> HC1 op te lossen en nogmaals te dialyseeren, bereid, werden oplossingen gemaakt in 0.2 /» HC1, ter sterkte van 0.04 %. Van ieder der beide oplossingen werd 10 cM3 met twee buisjes van Mett bij 38° C. gedigereerd. De vertering was:

na 6 uren: I: 1.17 mM II: 1.15 mM „25 „ .1: 5.70 „ II: 5.68 „

De beide preparaten verteerden het eiwit dus even snel.

Dezelfde oplossingen werden naar Grützners methode onderzocht. In telkens 5 buisjes, elk met 50 mgr. karmijnfibrine en 9 cM30.1%> HC1 werd van de 0.04 % oplossing van pepsine gebracht:

a. 1 cM3

b. V, „ en V, cM3 0.2 % HC1

C. V3 11 II / 3 II II »

d. V4 ii 11 li 11 ■< "

e. Vs n 11 75 11 11 11

De fibrine was, vóór de toevoeging der pepsine, 20 minuten met het

zoutzuur in aanraking gelaten.

De colorimetrische bepaling gaf de volgende waarden:

na 10 min. I: a. 1.7 b. 1.0 I c. 0.6 d. 0.4 e. 0.3 II: „ 1.65 „ 1.0 1 „ 0.6 „ 0.5 „ 0.25

na 15 min. I: a 2.6 b 1.5 c 1.0 d 0.7 e 0.5 II: „ 2.5 „ 1.5 „ 0.9 „ 0.7 „ 0.5

Ook op deze wijze werden dus de beide preparaten even sterk bevonden. Eindelijk werden beide oplossingen met de methode van Fuld-Levison onderzocht.

In elk van telkens 5 buisjes kwam 1 cM3 0.1 % edestine met 3 cM 0.1 % H Cl waarna aan elk pepsine werd toegevoegd, juist op dezelfde wijze als in de vorige proef met 0,2 % H Cl verdund. De uitkomst was,

in 3 reeksen,

na 5 min. I: a— b+ c + + d++ e + +

II: „ — „ + „ + + I, + + I. + +

„ 10 „ I: „ — I. — 11 + .1 + + .1 + +

II: „ — „ — I. + I. + + i. + +

„ 15 „ I: „ — „ — .1— - + » + +

II: „ — „ — ,1 — i. + „ + +

Verschil tusschen de beide preparaten werd dus ook hier niet gevonden.

Sluiten