Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rosenfeld in zijn: „Kritikder Bisherigen Krebsstatistiken" en Kolb in de Münchener Med. Wochenschr. 1905 roemen deze werkwijze als de beste voor het onderhavige doel.

Behalve, dat er in de oorspronkelijke mededeeling verschillende fouten zijn ingeslopen, die het narekenen voor den niet-mathematicus zeer bemoeilijken, ligt er in deze methode nog een bezwaar en wel dit, dat bij het gebruik maken van de bekende sterftecijfers aan Ca. per 10.000 inwoners van een factor wordt gebruik gemaakt, die eene gelijkmatige verdeeling dezer ziekte onder de bevolking ondersteld, hetgeen juist niet het geval is bij eventueel familiair en erfelijk voorkomen. Immers, wanneer men op een bepaalde bevolking het aantal Ca. gestorvenen berekent en dan het cijfer bepaalt b.v. per 10.000 inwoners, dan stelt dit ongeveer een gelijkmatige verdeeling over deze 10.000 inwoners voor. Bij een hereditair voorkomen zal men integendeel gegroepeerde ziektegevallen constateeren.

In een lateren arbeid van Weinberg „Münchner Mediz. Wochenschr." 1906 bestudeert hij het vraagstuk, door het aantal gevallen van kanker, dat zich vertoonde bij de broeders en zusters van den patiënt, te vergelijken met dat der zwagers en schoonzusters.

Er wordt door vele schrijvers gesproken van het te verwachten aantal Ca. gevalled in eene familie. Voor een uit den aard der zaak klein aantal personen, waarover het onderzoek loopt, is deze werkwijze teneene male onbruikbaar, omdat het aantal sterfgevallen aan kanker in Nederland per 100.000 inwoners betrekkelijk zoo gering is, dat elk vóórkomend geval in eene familie — uit den aard der zaak een klein aantal personen — reeds boven het te verwachten aantal zou gaan.

In den laatsten tijd is voor het opsporen van familiair en hereditair voorkomen eener ziekte of eigenschap de genealogische methode vooral aanbevolen. Vooral Rietema, Stephan en Doyer van Nederlandsche, Martius en Lorenz van Duitsche zijde hebben deze werkwijze als de beste aangeduid. De stamboom, waarbij van één persoon wordt uitgegaan en waarin alleen de mannelijke afstammelingen staan vermeld, terwijl de vrouwelijke, indien zij huwen daaruit verdwijnen, wordt als „totaal onbruikbaar" afgewezen, hoofdzakelijk om het feit, dat de mensch is ,,A doublé structure", dat voor de bepaling van eigenschappen op volkomen aequivalente wijze wordt bijgedragen door het kiemplasma, afkomstig zoowel van den vader als van de moeder en dat het dus niet aangaat om een van de beide ouders eenvoudig uit te schakelen." ')

Dat de stamboom geheel zonder waarde zou wezen, kan dezerzijds niet

]) J. J. Th. Doyer. Proeven van een onderzoek, omtrent het familiair en hereditair voorkomen van tuberculose volgens de wetenschappelijk genealogische methode 1920 bl. 23.

2) Doyer, enz. blz. 23.

Sluiten