Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dezen arbeid wordt over 238 gevallen van Ca. bericht, waarvan het grootste gedeelte in de praktijk van schrijver werden waargenomen, terwijl de rest door navraag bij zijn voorganger of collega ter kennis kwam, om zoo de families in hun geheel te kunnen beoordeelen.

Van deze 238 gevallen waren er 43, waarbij wel de doodsoorzaken bekend waren van de ouders, broeders en zusters doch niet van de schoonouders, zwagers en schoonzusters. Deze gevallen werden in kleine stamboomen vastgelegd.

Er waren er 7 bij, wien onder hun groot aantal familieleden geen geval van Ca. ter kennis kwam; 15 waar patiënt eenigst kind was of slechts één broeder of zuster had en 15 waarin, noch van de familie van den patiënt, noch van zijn aangetrouwde familie iets omtrent eventueele ziekte kon worden achterhaald. De overblijvende 158 gevallen werden nu gescheiden in die, waarbij naast den lijder ook de ouders of schoonouders aan de zelfde ziekte leden (29 A tabellen) en die, waarbij van deze niets bekend was, doch wel van de broeders, zusters, zwagers en schoonzusters (20 B tabellen).

De 29 A tabellen leeren dus iets omtrent het hereditaire en familiaire voorkomen, de 20 B tabellen iets over het familiaire.

Sluiten