Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sterven van de 7 broeders en zusters er 6 tusschen 40-49 jaar, dan zijn er 3 aan Ca. overleden, terwijl van de 5 zwagers enz. er 4 overleden, waarvan 2. aan Ca.

Tusschen 50-59 jaar zijn er 31 broeders en zusters in het onderzoek betrokken, waarvan er 18 sterven en alle aan Ca; van de 18 zwagers enz. sterven er 10 en 5 aan Ca.

Van de 30 tusschen 60-69 jaar sterven er 17 van de broeders enz. en daarvan 13 aan Ca, terwijl van de 30 zwagers enz. er 18 sterven en 3 aan Ca.

Overlijden er tusschen 70-79 jaar van de 44 broeders enz. er 33 dan 19 aan Ca. en van de 23 zwagers resp. 12 en 2.

Van de rubriek 80 jaar en hooger sterven er 10 van de 16 broeders enz. en daarvan 3 aan Ca, terwijl van de 7 zwagers enz. er 4 sterven en geen aan Ca.

Samenvattend sterven van de 128 broeders en zusters er 84 en daarvan 56 aan Ca, en van de 85 zwagers en schoonzusters 50 met 12 aan Ca.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat de laatste persoon van lijst B 5, die aan ileus overleed onder de Ca. lijders is opgenomen, dat de 4e persoon van lijst B. 12 de eerste is van de broeders en zusters op de lijst B. 2 en de laatste persoon van de lijst B. 9 de 4e persoon bij de broeders en zusters van lijst A. 13. De 4e persoon van lijst A. 6 van de zwagers enz. is de eerste persoon van lijst A. 3 van de broeders enz. terwijl de schoonouders van lijst A. 3 de ouders zijn van lijst A. 6.

Dit in aanmerking genomen, worden de cijfers voor broeders en zusters en ouders nog ongunstiger, omdat de gevallen van kankersterfte onder zwagers en schoonzusters dus als te hoog kunnen worden aangezien.

Voegen we nu de broeders en zusters van de A. lijsten bij die der B. lijsten en doen wij evenzoo met de zwagers en schoonzusters dan zien we, dat:

van de 16 broeders en zusters tusschen de 30-39 jaar er 9 sterven, waarvan

2 aan Ca, van de 10 zwagers enz. 5 en 0 aan Ca. van de 50 broeders enz. tusschen de 40-49 jaar sterven er 27, waarvan 19 aan Ca, van de 27 zwagers enz. 11 en 4 aan Ca.

van de 82 broeders enz. tusschen 60-69 jaar sterven er 43, waarvan 36 aan Ca. en van de 56 zwagers enz. 27 waarvan 7 aan Ca,

van de 65 broeders enz. tusschen 60-69 jaar sterven er 37, waarvan 28 aan Ca. en van de 55 zwagers enz. 26, waarvan 5 aan Ca,

van de 58 broeders enz. tusschen 70 en 79 jaar sterven er 38, waarvan 22 aan Ca. en van de 34 zwagers enz. 16 en 3 aan Ca,

van de 16 broeders en zusters van 80 jaar en hooger sterven er 10, waarvan

3 aan Ca. en van de 7 zwagers enz. 4 en 0 aan Ca,

van de 287 broeders en zusters stierven tot einde 1924 aan bekende oorzaken — de noot aan den voet van de verzamelstaten in aanmerking genomen — bij bekende leeftijden 90 mannen en 74 vrouwen samen 164 personen, waarvan

Sluiten