Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naturalisme, materialisme, monisme betiteld, in de tweede helft der negentiende eeuw. Onder den indruk der inderdaad overweldigende resultaten der natuurwetenschap, verklaarde men deze in gezaghebbende kringen voor de eenige wetenschap, en hare methoden en uitkomsten werden klakkeloos toegepast op elk ander gebied van het denken niet alleen, maar wereld- en menschheids-evolutie, leven, ziel, historie en maatschappij moesten mechanisch verklaard worden. De psychologie kon zich omstreeks dezen tijd alleen nog maar laten gelden als zintuig- en hersenphysiologie; zij verkeerde in de zonderlinge noodzakelijkheid, haar eigen object te moeten loochenen; men mocht het woord „ziel" hoogstens tusschen aanhalingsteekens gebruiken. De atomen en de door haar beschreven banen waren de diepste werkelijkheid, het leven, het menschelijk bewustzijn, het gevoels- en denkleven was niets anders dan een „epiphaenomenon" een begeleidingsverschijnsel, in den grond even onbelangrijk als de kronkels van den rook, die uit de pijp van een locomotief te voorschijn komen, welker bestudeering ons niets leert omtrent de in de machine werkzame krachten.

Natuurlijk bleef er in deze wereldvisie geen plaats over voor wat ik zoo even het „wonder" noemde; alles wat de menschheid, zoo innerlijk als uiterlijk had gemeend te beleven aan buiten de gewone zintuigelijkheden vallende ervaringen, moest dwaling zijn, die op niets, maar dan ook op absoluut niets, berustte. De plompe vrijdenkerij der 19de eeuw schreef het dusgenaamde bijgeloof waartoe zij ook alle religie rekende, toe aan de domheid der vroegere geslachten, die nog niets van scheikunde wisten en zich door een listige priesterkaste, die slechts eigen belangen nastreefde, om den tuin had laten leiden. De latere psychologie moge een wat milder oordeel gehad hebben en de „praelogische mentaliteit" als een noodzakelijke trap in de evolutie van het menschelijk bewustzijn hebben erkend, zij was er daarom niet minder van overtuigd, dat het in toto een lagere trap was, waarop het „Lustprinzip" gold in stee van het „Realitatsprinzip", waaraan alleen be-

Sluiten