Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaargang 1929 in zijn artikel „Hysterie en Occultisme" aldus verluiden: „Dat derhalve een hysterica (ook hier ontmoeten wij direct weder dezen door leeken veelal zoo zwaar misbruikten term) zich zoozeer op een enkele functie van den geest kan concentreeren, dat zij op haar lichaam stigmata kan veroorzaken of zich uitwassen kan doen aangroeien; dat zij kan hongeren, zonder merkbaar in gewicht te verliezen, op spijkers kan „slapen" en voorwerpen lichter en zwaarder kan maken, is, wetenschappelijkerwijze, onbelangwekkend". De verschijnselen worden gedisqualificeerd als „onnatuurlijke abnormale, onherhaalbare verrichtingen van den teruggezonken menscheüjken geest". „Wetenschappelijkerwijze onbelangwekkend is het om juist die verschijnselen te onderzoeken, waardoor verschillende menschen op abnormale wijze geesteüjk contact met elkaar kunnen krijgen". (Dus de telepathie).

Deze beweringen gaan dan vergezeld van enormiteiten als deze: „Opvallend bij de z.g. verklaringen van proefnemingen als deze is nu, dat wordt aangenomen, dat de normale lichaamsprocessen, waarvan dan de beschreven processen abnormale en dus niet natuurlijke uitingen zijn, de moeite van het doordenken niet waard zijn; men doet maar net alsof de normale functies van het lichaam naar hun wezen gekend worden". Ik vraag den schrijver dezer regelen, waar ooit een wetenschappelijk parapsycholoog iets dergelijks heeft te berde gebracht? Misschien een Richet, die een groot deel van zijn leven heeft doorgebracht, juist met het doordenken van deze „normale" levensverrichtingen, en daarmede een roem heeft verworven, die hij vervolgens in de waagschaal stelde door zijn moedig opkomen voor de belangwekkendheid der andere, die niet „abnormaal" maar alleen vrij zeldzaam zijn?

Wij weten even zoo goed als wie dan ook, dat „het alledaagsche niet onbelangwekkend is voor de wetenschap, omdat het alle dagen gebeurt en het niet alledaagsche belangwekkend, omdat het ongemeen is".

Sluiten