Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat is nog maar een „Inleiding"! Voor een beschrijving van één ziektegeval — „het geval Dora" — had hij 117 bladzijden noodig, compres gedrukt. Het van perversiteit druipend boek van Stekel: „Wat op den bodem der ziel ligt" (vertaald door Dr. Nolst Trénité) heeft denzelfden omvang als mijn geesteskind-in-statu-nascendi. Een ander nog véél gemeener boek van denzelfden schrijver, getiteld: „Nerveuze angsttoestanden en hun behandeling" (vertaald door de artsen H. A. E. van Dishoeck en R. Le Coultre) is 450 bladzijden dik. Jelgersma had 157 bladzijden noodig om mee te deelen, hoe het op zijn spreekuur bij het psychoanalytisch onderzoeken en behandelen van één — zegge: één — hysterische jonge dame was toegegaan, enz., enz. En dacht je nou, dat ik al die vieze besprekingen in één dun brochuretje zou kunnen.... weergeven en verwerken?

„Vin-je dat dan zoo noodig?"

Ja zeker! Als ik mijn beschouwingen, besluiten en beschuldigingen niet behoorlijk documenteer, dan zullen de Freudianen zeggen, dat ik „overdrijf", of „fantaseer" of „de dingen uit hun verband ruk"; en als ik een klein stukje van „de methode" oversla, dan zullen ze zeggen, dat juist dit gedeelte het gewichtigste is, en dat ik daarom de bespreking klaarblijkelijk niet heb aangedurfd! Ja, ik ken mijn „Pappenheimers"; ze doen net als de muizen; als ik maar het kleinste gaatje open laat, dan zullen ze probeeren daardoor te ontvluchten.

„En toch blijf ik bij wat ik zei; de menschen houden niet meer van dikke boeken."

In den Bijbel staat: „Blusch den geest niet uit!" En toch meen je mij den moed te mogen benemen; je moest liever je best doen, de Freudianen de brutaliteit af te leeren, zooals ik het mij heb voorgenomen.

„Je bent en je blijft een naïeve optimist! Heb je nu nog niet begrepen, dat zoon beweging onmogelijk gekeerd kan worden, dat je zoo iets aan den Tijd moet overlaten, dat je het moet laten uitzieken?"

Sluiten