Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te drukken van wat „hij" wenschte; en dit deed „hij" om te ontsnappen aan de waakzaamheid van de gevangenbewaarster, van de censuur, die het resultaat is van de opvoeding, enz., enz.

G. T., als een nuchter, verstandig mensch verneemt met welke droomuitleggingen tal van Psychiaters zich in onzen tijd bezig houden, dan zullen zij wis en zeker zeggen: Hebben die menschen niets degelijkers aan hun hoofd? Zou het bij hen zelf wel pluis zijn? Het schijnt mij toe, dat zij nog maller zijn dan velen hunner patiënten! Bolland heeft ereis gezegd: ,Onder de gekkendokters zijn "eel gekke dokters!"

Prof. Jelgersma gedraagt zich, in navolging van Freud, als een vijand van de heerschende moraal, van „de conventioneele, cultureele moraal"; hij noemt haar „de zotte, quasimoraal". En om deze met des te meer succes te kunnen bestrijden stelt hij het zelfs abusievelijk voor als zouden in deze maatschappij onder haar invloed „sexualiteit en verdorvenheid op één lijn worden gesteld".

Op zoo iets zots ben ik echter als huisarts, in mijn meer dan 40-jarige praktijk, nog nimmer gestuit; wèl weet ik, dat omstreeks 1890 in het toen reeds zeer zieke Rusland een secte bestond, die zulks aannam en er zich naar gedroeg; de leden verminkten hun geslachtsorganen om ze voorgoed buiten gebruik te stellen! Prof. Jelgersma schijnt andere ervaringen te hebben opgedaan, of wel hij verbeeldt zich zulks! Hij schreef immers: „Er heeft zich in onze „moderne beschaving een soort sexueele moraal ontwikkeld, die eenvoudig weg zot genoemd moet worden en die „feitelijk hierop neerkomt, dat sexualiteit als zoodanig „ongeoorloofd zou zijn en slecht. Het is te omslachtig „om de wording van deze quasi-moraal na te gaan".... „Hoofdzaak is, dat ze vooral aan onze jonge meisjes wordt „ingeprent; jongens schijnen dat niet zoo zeer noodig te „hebben. Mijn patiënte wist niet beter dan dat hare „sexualieit al het minste was van wat zij aan geestelijke „eigenschappen bezat"... „Ik heb haar moeten uitleggen,

Sluiten