Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oude koeien uit de sloot"; „Je moet die oude wond niet open rijten"; „Je moet dat uit je hoofd zetten"; „Je moet er niet meer aan dénken"; „Schei nou eens uit met dat gepieker"; „Je moet die dingen niet oprakelen"; „Laat dat nou maar eens rusten"; „Je moet het niet alleen vergeven, maar ook vergeten" enz., enz.

Welnu, bij dat „vergeten" is de „natuur" ons behulpzaam. En dat wordt door Freud toegestemd, zooals opgesloten ligt in de zoo dikwijls door hem gebezigde woorden: „verdrongen" en „ingekerkerd".

„Natura artis magistra" = De natuur is de leermeesteres van de kunst; zij wijst haar den weg. En waarom zouden wij geneeskundigen dan op dit gebied tegennatuurlijk te werk moeten gaan?

Op die vraag kan ik u echter geen antwoord geven, want Freud heeft tot dusver nergens meegedeeld, welke redenen hij heeft, om zulks van ons te verlangen; ook ten deze heeft hij gemeend te kunnen volstaan met zijn simpel bedenksel papegaai-achtig uit den treure te herhalen, en bewijskracht te ontleenen aan de stereotype uitdrukkingen: „Zooals de Psycho-analyse heeft aangetoond"; „Reeds vroeger heb ik meegedeeld"; „Jaren geleden heb ik er reeds op gewezen".

In zijn artikel over „Psycho-analyse en religie" heeft Ariëns Kappers met het oog op „menschen, die moeilijkheden hebben", en die soms „zoo moeilijk spreken kunnen over de dingen die hen bezwaren", het volgende geschreven: „Zoo „iemand moet men doen gevoelen, dat het vreugde geeft „de echo te mogen zijn van een benard gemoed; men moet „kunnen komen tot elkaar als de biechtende tot den „biechtvader, wetende dat men niet alleen alles mag „zeggen maar ook moet zeggen".

Daar ben ik het roerend mee eens; en toch heb ik onder het lezen van deze zinnen mijn oogen eens goed uitgewreven, want ik vond het ongelooflijk, dat een man als Ariëns Kappers, die jaren lang zoo vriendschappelijk omging met

Sluiten