Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G. T., gij zijt het wis en zeker met mij eens, dat niet één „moderneling" bereid zal zijn om op te eten wat ik in dit verhaaltje voor fijnproevers in het eethuis „De Smeerige Vork" liet opdisschen, want zóó mal is er niet één, dat hij lekker zal vinden en lekker zal durven noemen wat walgelijk smaakt en riekt; jammer, dat hun andere zintuigen en ook hun onderscheidingsvermogen, hun critische blik en hun gevoel voor logica niet even normaal zijn als hun smaaken reukorgaan. Als het maar geen eten of drinken is, dan kan het zóó averechts, zóó mal en zóó pervers niet zijn of zij gaan er mee accoord.

Maar ik zal dit nog beter toelichten, want als gij een goeden blik hebt gekregen op de mentaliteit van de modernelingen, dan zult gij u niet meer verwonderen over den grooten bijval, dien Freud ondervindt.

Als de huidige „nieuwlichters" cynisch zeggen: „Wat is waarheid?" dan praten ze Pilatus na, die mijns inziens een karakterlooze slappeling was, ofschoon Nietzsche hem de eenige fatsoenlijke figuur vond uit het heele Nieuwe Testament.

Ook over Henriëtte Roland Holst mag in dit verband niet gezwegen worden, want ook zij schijnt niet meer te weten wat waarheid en wat leugen is. Den 30 Juli 1909 schreef zij in „het Volk": „Op de vraag der bourgeoisie; zijn zieken ,,en stervenden, vrouwen en kinderen, ouden en zwakken „u niet heilig? — antwoordt het proletariaat —: Neen, „heilig is ons alleen het doel van de bevrijding der arbeidersklasse, die samenvalt met de bevrijding der mensch„heid. Ter bereiking van dit grootsche doel kan somtijds ,,onverbiddelijke hardvochtigheid noodig zijn, gelijk som,,tijds leugen en veinzerij; welnu, omdat wij weten, dat „ons doel het heil der menschheid is, heiligt het ook de „aanwending van slechte middelen".

In haar tooneelstuk: „Opstandelingen" staat echter op blz. 30 het volgende te lezen: „Wij hebben geen leugens van noode ons te bevleugelen met enthousiasme gelijk de

Sluiten