Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„alhoewel het nimmer openlijk gezegd is, toch een deel „van den tegenstand, waarmede zijn leer is ontvangen, zijn „Joodsche persoonlijkheid gold".

Na al het voorgaande, is commentaar hierbij overbodig.

III. Al te mooie voorspiegelingen. De Rotterdamsche zenuwarts, S. Weyl, ontzag zich niet het volgende te schrijven: „Sociale verhoudingen en religieuse begrippen werden

„ons in hun oorsprong duidelijk. Maar bovenal was het „nut, voor den zenuwzieken mensch uit de „Psychoanalyse" verkregen, met de te voren bereikte resultaten „onvergelijkbaar".

Als de Rotterdamsche zenuwarts, S. Weyl, het recht had zulks te beweren dan zouden Freud en Jelgersma zich niet in zoo vele bochten gewrongen hebben om aan de verplichting tot bewijslevering te ontkomen (zie blz. 9—17), dan zouden zij met die schitterende resultaten zelf wel voor het front gekomen zijn, in plaats van dit over te laten aan hun in 1920 tot arts bevorderden jeugdigen collega.

IV. Krasse onjuistheden. Wat ik meedeelde omtrent Freud's vieze „ontdekkingen" op het gebied van „de kinderlijke sexualiteit': Oedipus-komplex, Kastratie-komplex, het ophouden van de ontlasting, het zuigen op een tepel, vinger of fopspeen, het bijten op een ring, enz. en zijn conclusie, dat het kind van meet af niet alleen is „durch und durch sexualisirt", maar zelfs „polymorph-pervers", enz., al die vuiligheid heeft de Rotterdamsche zenuwarts, S. Weyl, onherkenbaar gemaakt door ze — op de manier van Serné, den bekenden verhuurder van tooneel- en bal-masqué-costumes — met behulp van deze inkleeding te camoufleeren:

„Zeer vruchtbaar waren Freud s gedachten voor het beter „begrijpen van wat er in het kind omging. En hier leidt „beter begrijpen direct tot doelmatiger handelen. Het „later ontstane karakter bleek, véél meer dan men vroeger „veronderstelde, door de directe omgeving van vader en „moeder, broeders en zusters beïnvloed te worden. Reeds „het zeer jonge kind bleek meer waar te nemen en dieper

Sluiten