Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de voltooiing dezer bladzijden betuig ik gaarne mijn groote erkentelijkheid aan U, Hoogleeraren, Lectoren en Privaat-docenten van de Natuurphilosophische en Medische Faculteiten der Rijksuniversiteit te Groningen, voor de leiding en vooral ook voor de vriendschap, die ik van velen Uwer steeds heb mogen ontvangen.

In het bijzonder wensch ik hier mijn hartelijken dank te herhalen aan U, Hooggeleerde Hijmans van den Bergh voor Uw steun en raad, zoo veelvuldig steeds van U ontvangen; voor de welwillendheid ook om ook bij deze gelegenheid mijn promotor te hebben willen zijn.

U, Hooggeleerden Spronck en Josselin de Jong, die mij te Utrecht als elders immer met raad en daad ter zijde stonden, ook te dezer plaatse een huldigend dankwoord.

Dan gaan mijn gedachten vooral naar U, Dr. Burgerhout, mijn vroegeren chef en onvergetelijken leermeester, wien ik zoo veel te danken heb. Vol blijde herinnering denk ik hier terug aan dien mooisten Rotterdamschen tijd met zijn zoo intens werken en zijn vele vrienden.

Ook U, Dr. Jongmans, die mij toestond het sanatoriumleven grondig te bestudeeren, mag ik hier niet vergeten.

Tenslotte een woord van dank aan het College van Regenten van het R. K. Ziekenhuis te s-Gravenhage, aan mijn vriendencollegae en zoo vele anderen, die op eenigerlei wijze in de totstandkoming van dit geschrift belang hebben gesteld.

Sluiten