Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoot Claude Bernard tot zijn groote verbazing opmerkte, hoe bij honden vetten werden geëmulsioneerd en opgenomen nagenoeg onmiddellijk bij den pylorus, terwijl bij konijnen hetzelfde veel lager geschiedde. Getroffen door dit verschil zocht hij naar de oorzaak en vond nu, dat de pancreasuitgangen bij den hond in de nabijheid van den pylorus, onmiddellijk in de buurt van den ductus choledochus in den twaalfvingerigen darm traden. Bij het konijn daarentegen mondde de hoofduitgang veel lager uit dan de d. choledochus en wel ter plaatse waar hij de absorptie van het vet het sterkst had zien gebeuren. Dit bracht hem op de gedachte, dat het pancreassap wellicht de ooi zaak kon zijn, dat de vetten in resorbeerbare stoffen gingen veranderen. Uit directe proeven met pancreassap bleek hem dit idee inderdaad juist. Volle twee jaren werkte hij aan deze onderzoekingen verder. Neergelegd in een eerste Mêmoire a l Academie des Sciènces, mocht hij hierop verkrijgen den prix de Physiologie voor het jaar 1850. Merkwaardig is bij dezen zoo scherpzinnigen onderzoeker, hoe hij betwijfelt of zijn voorganger de Graaf wel echt pancreassap heeft verkregen en wel op grond van de eigenschappen daaraan door den laatsten toegekend. Deze twijfel is echter onjuist. Cl. Bernard wil het verschil in eigenschappen zooals Magendie die zag bijv. — het pancreassap zou namenhjk o.a. coaguleerbaar zijn — en van den anderen kant door Leuret, Lassaigne e.a. juist als niet-coaguleerbaar en „en tout semblable aux fluides salivaires" werd beschreven, eenvoudig verklaren als een gevolg van een tijdsverschil van onderzoek .. . „comme étant la conséquence unique du changement physiologique qui survient dans la sécrétion, soit d'après d'autres circonstances accidentelies qui peuvent se présenter et que nous allons successivement indiquer en suivant la sécrétion pancréatique

dans ses différentes périodes " Hierdoor erkent hij echter,

dat de eigenschappen kunnen veranderen; bovendien zag hij zelf veranderingen optreden; hoe langer zijn proefvocht stond, des te sterker werd de alkaliciteit, en des te meer tevens werd het „aqueux".

Zwaar was nog de strijd, die Cl. Bernard tegen tal van

Sluiten