Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een hooge waarde Cammidge zelf aan zijn reactie toekende. Hij meende uit de vormverschillen en oplosbaarheidsveranderingen der kristallen zelfs een meer bepaalde pancreasaandoening te mogen constateeren; dezulke welke verkregen worden van een kwaadaardige aandoening zouden wat breeder en ruwer zijn, dan die van een eenvoudige ontsteking en verder zouden die van een acute ontsteking over het geheel nog weer subtieler zijn dan die van een chronische ontsteking. Wat de oplosbaarheid in verdund zwavelzuur betreft, bij acute pancreatitis zou het interval tusschen het begin van bruin worden der kristallen en de oplossing er van duren van enkele seconden tot drie-kwart minuut; bij chronische pancreatitis van i/2—IV2 °f zelden 2 minuten ; bij maligne pancreasaandoeningen van 3—5 minuten.

Dat een dergelijke vinding met een zoodanig perspectief en met bewonderaars als Mayo-Robson en spoedig ook Kehr, onrust in de wereld der pancreaskenners teweegbracht, behoeft niet te verwonderen. Al werd de geest van kritiek ook zeer spoedig en in steeds toenemende mate vaardig, in de historie van het pancreas zal de Cammidge-reactie als een opvallend, zij het ook ietwat meteoor-achtig, verschijnsel gemarkeerd blijven.

Studiën over de techniek en de resultaten van een pancréatectomie, over de eventueele veranderingen in het parenchym door de draadhechtingen, en over de cicatriseering van pancreaswonden, verschenen o. a. van de hand van Villar 31) en van Martinotti, (1888) feitelijk de eerste die met zijn reeksen van dierproeven op zes honden en tien katten de mogelijkheid bewees eener totale pancreasextirpatie; tevens viel hem bij die proefnemingen op, dat teruggelaten kleine stukjes parenchym niet gingen liypertropliieeren maar dat een soort van compensatorische hypertrophie optrad van de Lieberkühn'sche klieren. Merkwaardig was zeer zeker, dat hij zijn dieren niet ziek zag worden, noch algemeen, noch aan digestiestoornissen. Hij zelf schrijft dit toe aan zijn techniek, het streng vermijden eener peritonitis, bloedingen die allerlei ongewenschte adhaesies kunnen veroorzaken enz. en aan de voor- en nabehandeling der dieren. De extirpatie was nu wel niet strikt genomen absoluut totaal, een zijner landgenooten verbetert dan ook: „il ne restait que quelques trés petits fragments, et ceux-ci, physiologiquement,

Sluiten