Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pancreaslooze dieren, die nog een tijdje blijven leven. Hoe interessant deze vondsten ook zijn, er blijven klinische gevallen te over, waarbij zoowel de glucosurie als de acidose geen duidelijke orgaanafwijkingen te zien geven. Nog onlangs verloor ik eenige patienten in coma, bij wie het meest nauwkeurige onderzoek p. m. geen spoor van lever- en pancreaslaesies vermocht aan te toonen.

De Japansche onderzoeker Seo 70) ging nog den invloed na, welke spierarbeid op de suikeruitscheiding bij pancreaslooze honden kon hebben. Het bleek hem, dat de tengevolge der grootere energiebehoefte gevormde meerdere suiker zonder medewerking van het pancreas niet verbruikt kon worden, dat das hier spierarbeid zelfs een verhoogde glucosurie kan geven.

In geheel andere richting gingen, het spreekt wel van zelf, de studieën over de uitwendige afscheiding. Reeds noemde ik Claude Bernard en zijn tijdgenooten, die heel wat licht over dit proces geworpen hebben. Belangrijk was nu een uitgave, welke in 1897 het licht zag, de samenvatting van een tienjarige experimenteele studie van J. P. Pawlow 71). Zij is het uitgangspunt geworden voor de latere veelvuldige onderzoekingen uit welke zich heeft ontwikkeld de zoogenaamde functioneele pancreasdiagnostiek en waaruit ook de experimenteele therapie (zie hoofdstuk V) heeft kunnen putten. Het gelukte aan Pawlow bij een hond een goed functioneerende permanente pancreasfistel aan te leggen, zonder de normale physiologische verhoudingen al te zeer te storen zooals bij Bernard wel het geval was. Die onderzoekingen leidden er toe aan te nemen, dat de sapafscheiding plaats vindt in een bepaald tijdsverloop en dat in de verschillende phasen der spijsvertering ook een verschillende hoeveelheid wordt afgescheiden — „das, was von der Driise gefordert wird, liefert sie jedesmal haarscharf zugemessen, nicht mehr und nicht weniger". Niet alleen dus ook de hoeveelheid, maar ook de samenstelling wisselt, ja er heeft volgens Pawlow en Walther zelfs een aanpassing plaats met het te verwerken voedsel, zoodat een overwegende vleesch- of koolhydraten voeding ook een overwegende

Sluiten