Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in aanmerking kan komen. Sinds Cohnheim in 1863 de diastase in urine ontdekte, werd het het onderwerp van vele onderzoekingen. Hoewel in getallen uitgedrukt de resultaten niet immer met elkander overeenkomen, hetgeen behalve door het verschil in techniek nog bovendien te wijten is aan het verschil der aan te nemen eenheidsmaat, komen de uitkomsten in het algemeen toch wel daar op neer volgens Neumann, dat iedere urine van den mensch een zeker diastatisch vermogen bezit, dat bijna altijd iets grooter is, dan dat van het bijbelioorende bloedserum. Uit onderzoekingen van anderen 130) blijkt verder, dat dit vermogen ook bij denzelfden mensch aan groote schommelingen onderhevig is, waarbij echter de voeding geen invloed schijnt uitteoefenen. Wel schijnt de psj'che een rol te kunnen spelen. Verminderd zou de diastase zijn bij diabetes, chronische (haemorrhagische) nephritis, pernicieuse anaemie en morbus Basedowi. Vermeerderd bij koorts, vooral bij typhus en dan, wat hier van belang is, bij pancreasziekten. Normaliter mogen in de urine volgens deze onderzoekingen niet meer dan honderd en vijftig eenheden worden aangetroffen. Steunende op zijn dierproeven, het afsluiten der uitvoergangen, waarbij hij diastasevermeerdering zag optreden, meent Wohlgemuth omgekeerd uit het vinden eener duidelijke toename van het ferment in de urine te mogen besluiten tot het aannemen eener belemmering van den afvoer naar het duodenum van het pancreassap, bijv. tengevolge van een gezwel of een steen, welke den gang dichtdrukt. Wijnhausen vond bij zijn dierproeven iets dergelijks. Beiden vonden 11a 8 a14 dagen de diastasehoeveelheden echter meer normaal.

Het aantoonen van het diastase-ferment in de urine kan dus zijn practisch nut hebben en wel m. i. alleen bij acute toestanden, dus bij belemmering door steen. Zijn bovengenoemde resultaten juist, dan zal men hier in de urine de vermeerdering kunnen moeten aantoonen. Echter moet ik ook hier weer wijzen op de verschijnselen bij mijn pilocarpine-proef; ook hierbij verkreeg ik niet alleen diastasevermeerdering in het bloedserum maar ook in de urine, terwijl toch bij de operatie geen steen kon worden gevoeld.

Sluiten