Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 22 bleek te zijn een groot retroperitoneaal gelegen tumor, vermoedelijk lymphosarcoom, dat het pancreas geheel bedekte of omhulde, in ieder geval niet toegankelijk maakte. Patiënt S. die sterke pancreasstoornissen vertoonde, is evenwel spoedig na de operatie naar huis vertrokken, waar hij eenige weken later is overleden. Sectie kon niet worden verricht. Diastase /5, trypsine afw., neutraalvet +, spierrestes -\—| h

No. 23. Mevr. KL, geopereerd voor pyloruscarcinoom en die tengevolge daarvan een pancreasfistel verkreeg — zie hoofdstuk V — heeft spoedig carcinoomrecidief gekregen met blijkens het functioneele en palpatie-onderzoek ook overgrijping op het pancreas. Verleden jaar is zij overleden. Diastase 10, trypsine spoor, IV2 ccm. grenswaarde, neutraalvet afw., spierrestes +.

No. 24. Mej. H. bleek eveneens bij sectie een secundair pancreascarcinoom te bezitten, welke waarschijnlijk was uitgegaan van een klein maagcarcinoom. Diastase 0, trypsine 0, neutraalvet -|—K spierrestes -|—1—1—h

No. 25. Mej. IC. en ook no. 27, mej. M. had een primair caputcarcinoom, klinisch zeer gemakkelijk vast te stellen door het functioneel pancreasonderzoek, de palpatie-tumor, en den intensen, bijna zwarten icterus. Beide patienten stierven in cliolaemie.

Geen dezer, noch ook de volgende patiënt had glucosurie. Alleen no. 22 vertoonde een geringe alimentaire glucosurie drie uren — en slechts een spoortje — na het gebruik der glucose.

No. 26. W. vertoonde klinisch dezelfde verschijnselen als no 25 en no 26; bij de lijkopening bleek het carcinoom te zitten aan de galwegen, het pancreas was vrij gebleven, maar vertoonde atrophie. Diastase 0, trypsine 0, neutraalvet -|—\~. spierresten -\—1—f-.

No. 27. Mej. M. ingek. in November 1920, oud 41 jaar, was in haar 4e graviditeit die nu 5 maanden was. Vier weken ge-

Sluiten