Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langrijk punt van onderzoek mogen gehouden worden; ja, wij achten het een verlies m hét operatieve vak, dat men de bezwaren dezer operatie meer in toevallige omstandigheden , welke bij de kunstbewerking kunnen voorvallen, dan in de wezenlijke bekwaamheid van den operateur schijnt te willen zoeken.

Ondertusschen, hoezeer ik niet ontveins , dat ik de Extractie niet alleen als de zekerste, maar tevens als eene radicale methode beschouw , zoo wil ik daarom niet voorstellen, geene uitzonderingen te maken; geenszins is dit het geval, want ieder der reeds uitgevondene methoden heeft hare voor— en nadeelen, hare uitnemendheid en hare gebreken; dat men dan onderzoeke wat het beste is, en in welk geval de eene methode boven de andere den voorrang zal verdienen. Ofschoon men daarin verschillen moge en er altijd naar den individuelen aanleg twijfel zal blijven bestaan, zoo is het intusschen bewezen, dat de Extractie voor de harde Cataracten de voorkeur verdient. Naardien het mij nu en een ieder, die zich met de uitneming der Cataract meer bezig houdt, gebleken is, dat de meeste, ja zeker drie vierde harde staren zijn, zoo moet als van zelf aan de Extractie de voorkeur gegeven worden; wie daaraan twijfelt moge het onderzoeken; trouwens, door twijfelen vordert de wetenschap; terwijl hij, die niets in twijfel trekt, niets onderzoekt en alzoo het beste niet ontdekken zal.

Onze landgenoot de Hoogl. Hendriksz , een zoo beroemd operateur, heeft in zijne oordeelkundige beschrijving van eenige der voornaamste Heelkundige operatiën, verrigt in het Nosocomium, Academicum te Groningen van November 1810 tot November 1815 (te Gro-

Sluiten