Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lorjie en ophthalmiatriek. Na hem was liet vooral

ter , gewag makende van liet onderscheppen van de vaten en -wegknippen met een schaartje van een gedeelte van de Adnata in de rondte der Cornea transparens, —hetwelk toen door sommige Oculisten als niet gevaarlijk werd beschouwd, — zich aldus over de bekwaamheid van den oculist Taylou deed hooren. Ouzes inziens is het voor de geschiedenis en de verkeerde beoordeclingen van kunstgenooten en oogartsen, zeer gepast om eens hier het verhaal van den Nederlandschen Heelkundigen Ulhoorn mede te deelen als hij aldus schreef: » Ik heb door brave mannen, en onder alle ook door >• den berugten en handigeu Heer Taylou het gehele bindvlics ter » breette van een halve lijn , circulaar in de ronte der cornea, » in de maanden Maij en Junij 1735 , nuttelijk met een schaartje » zien wegsnijden. Dit pijnelijke en moeielijke werk deed die Heer » met zoo veel netheid (zoo als alle zijne uitvoeringen waardig » waren aan te zien , omdat ieder stuk zijne verwondering en on» uitsprekelijke lof was medebrengende) oplcttenthcid en geduld , » als ik ooit eenig Heelmeester heb zien arbeiden; en daarom mag » ik, in weerwil van zijne vijanden zeggen, dat niet alleen deze » operatie , maar alle zijne andere uitvoeringen haar roem met zich » bragten. Ik weet zeer wel dat verscheide Doctoren en Ileelmees» ters hem in den beginne volgende , en als een Orakel aanmer» kende, hem als een afgod eerden, maar wanneer zij zijne daden » niet konden navolgen, en van dien Heer zoo veel eer of voordeel » niet ontvingen, als zij zig zelf waanden waardig te zijn, zo scheiden » zij zich van hem af, en hunne loftuitingen veranderden in laster » en zulke schendinge, zo als die gewoonlijk, onder schijn van » vriendelijkheid, ter schaden van konst en deszelfs oefenaars, ge» woonlijk worden ondervonden; want zommige van hen hielden niet » op na 'smans vertrek ongegrond tot zijn schimp in de Amstcr» damse Courant een artikul mede te deelen. Daar in tegendeel » wij in onze stad in het kennen en 't behandelen der ooggebreken » nooit groter nog waardiger man gezien hebben. Ik beken , hij » had zijne gebreken als een Engelsman; hij ondernam te veel » zaken waarin hij wel zonder gevaar werkte; maar daar de uit» slagen te onzeker waren; terwijl men van hem verwachtte, dat » niets behoorde tc mankceren, maar dat alles onfeilbaar zoude ge-

10

Sluiten