Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.Richter , die het oog als een integrerend deel van liet organismus beschouwde en daarmede overeenkomstig behandelde. Deze rationele behandeling aan het ziekbed, berust op de grondige kennis der ontleedkunde , natuurkunde van den mensch en der kennis van de ontwikkeling des oogs, en daarbij zij de leeraar in het bezit van eene geoefende vaardigheid en zekerheid in het doen van oogheelkundige kunstbewerkingen , die den leerling tot voorbeeld kunnen dienen. Het onderwijs zij omvattend en betreffe het theoretische en practische gedeelte der oogheelkunde; ten opzigte vau het eerste worde de Diaetetica van het gezonde en zieke oog met overtuiging voorgedragen; ten aanzien van het tweede verdeele de leeraar de regelen tot het bevatten en het juiste beoordeelen der ziekteverschijnselen 5 hij stelle de aanwijzingen tot het gebruik der geneesmiddelen, voor zoo verre de kennis hunner krachten en werkingen in het algemeen dit mogelijk maken, vast, en bepale de meer naauwkeurige verschillen derzelve, hoe zij, namelijk bij de groote klasse van direct of indirect ontstekingwerende middelen, in aanmerking komen. De kunstbewerkingen aan levenden moeten naar de regelen der kunst in tegenwoordigheid der leerlingen worden voltrokken, en tevens met eén practisch onderrigt in het verrigten dier kunstbewerkingen gepaard gaan, welke op cadavers kunnen gedemonstreerd worden ; de kunstbewerkingen aan levenden moeten daarentegen slechts aan leerlingen worden toegestaan, die zich bereids door lang voortge-

» lukken , en door hem zonder onderscheid omtrent de gevallen, » alles gelukkig zoude volbragt worden, daar nogtans onmogelijke » zaken noch door hem of iemand anders konden volbragt worden."

Sluiten