Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat de keuze van een oord ter slicluing eener cti • nische inrigting voor de oogheelkunde betreft, Academiesteden , of zoodanige, die in liet bezit zijn van eene genees— en heelkundige school, zijn daartoe het meest geschikt; slechts in de volkrijkste steden zou een afzonderlijk gebouw aan de opname en verpleging van oogzieken kunnen toegewijd worden ; in de kleinere steden zouden afzonderlijke, van de overige nogtans afgescheidene en op zich zelve staande , afdeelingen van algemeene hospitalen volkomen aan het doel beantwoorden. De inwendige inrigting dezer afdeelingen, de verzorging en verpleging der lijders moet echter niet slechts met ieder goed ingerigt hospitaal overeenstemmen, maar ook geëvenredigd zijn aan de eigenaardigheid en teederheid van het aangedane zintuig. Ten opzigte hiervan zullen wij de vereischten van eene doelmatige inrigting voor oogziekten beneden verder trachten te bepalen.

Met deze bepaalde oogheelkundige instellingen kan , waar zulks mogelijk is, eene oogheelkundige cliniek buiten het hospitaal (buiten praktijk) verbonden worden ; daartoe zijn zoodanige ooglijders geschikt, welke slechts geneeskundigen raad verlangen, of, wegens den chronischen aard of de ongeneeslijkheid hunner oogziekten, van geen belang voor het cliniscli onderwijs zijn en door hunne opname het verplegen van meer belangrijke lijders zouden beperken of verhinderen.

miën enz. veelal gebrekkig. De geneeskundige faculteiten van Berlijn , Weenen, Parijs en Londen geven hierin een goed voorbeeld , daar zij in de beide eerste steden den leerlingen wekelijks eenigc malen, in de laatste dagelijks den vrijen toegang tot dc geneeskundige verzamelingen toestaan.

Sluiten