Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En waarom zoude men, wanneer men eene algemeene opleiding genolen en daarbij eene algemeene kennis, zoo noodig om doel te treffen, verkregen heeft, niet het vak mogen kiezen en aanvaarden, waarvoor men zich het meest herekend gevoelt, en waardoor men in de maatschappij ook het meest aan zijne bestemming kan beantwoorden; hier naar te streven is pligt en voor het minst onze wensch. Immers, alle deelen der geneeskunst hebben aanspraak op de vereering der maat • schappij; en zoude het ook, door de geheele vereeniging van alle vakken, ontstaan, dat bij velen eene oppervlakkigheid werd waargenomen, die, integendeel der meening, hunne waarde en hunne achting in de maatschappij vermindert.

Ofschoon, na overweging, deze onze gemaakte bedenkingen, omtrent de onbestaanbaarheid van eene zoo algemeene vereeniging van alle de vakken tot eene doelmatige beoefening der geneeskunst, gereedelijk door de meeste artsen zullen worden toegestemd, zoo vermeenen wij, tot besluit en bevestiging van onze meening, hier niet ongepast, te mogen vragen, of er niet zelfs eene tegenstrijdigheid in het geen plaats heeft gevonden wordt; want, wie zal het overeenbrengen, dat tot de bestudering en bekwaammaking van een vak als de genees- en heelkunst een zoo groot aantal Hoogleeraren benoocligd is. Men vergelijke hierbij het betoog omtrent eene hervorming in het onderwijs van den zeer geleerden Geneesheer Abntzenics (1), waarbij geen Professor wordt voorgesteld, om alle vakken te zamen, of onverschillig welke, te onderwijzen, maar wel degelijk

(1) Bijdragen tot geneeskundige staatsregeling, N°. 4, Iiladz. -234.

12

Sluiten